zondag 29 mei 2016

Tienen - Germanuskerk

Hallo allemaal,



Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Sint Germàànestoure (Sint-Germanustoren)
Klik op de afbeelding om de link te volgenAls tussendoortje nog een liedje van "De Tiense Straatmuzikanten met als titel "Sint Germàànestoure". De Sint-Germanustoren is de toren van de hoofdkerk die de stad en de omgeving domineert.
http://detiensestraatmuzikanten.hetklikt.be/liedjes/liedjeszingen12.html

Hierna een poging om de tekst in het Tiens dialect te vertalen.
Sint Germàànestoure
            (Sint-Geramanus toren)

Dékkes moet ich noo nog pààze,
(dikwijls ik nu nog denken)
as ich no den toure zîen.
(als ik nu naar de toren kijk)
Vreuger spèlden heum e melodîeke,
            (vroeger speelde hij een melodietje)
zoe huët ge niks in de top tîen.
            (zo hebt u niets in de top tien)
As ich 's ooves in mé bèd lei,
            (Als ik ’s avonds in mijn bed lig)
huër ich het vantêêd vanèèr,
            (hoor ik het soms opniuew)
Mà dàd és dàn in mén druëme, jàà,
            (maar dan is dat in mijn dormen)
ich voenk het 'n schoeën èèr ... (twieë kirre)
            (ik vond het een mooie melodie… twee maal)
Schoeëne Sint Germàànestoure,
            (Mooie Sint-Germanustoren)
spélt dà lîeke noo nog ins –
            (speel dat liedje nu nog eens -)
Iederieën zult gêê bekoure,
            (iedereen zal gij bekoren)
do an ontsnapt ginne mins.
            (daaraan ontsnapt geen mens)
Rèchte Sint Germàànestoure,
            (Rechte Sint-Germanustoren)
makt mich lèk e kind zoe blêê
            (maak mij als een kind zo blij)
Bé dà lîeken aat mén kejoengesjoëre –
            (met het liedje uit mijn kwajongensjaren)
èn dà d'és al lank verbêê ... (twieë kirre)
            (en dat is al lang voorbij…twee maal)
As ich vreuger ins goenk wàndele bé mé lîef,
            (Als ik vroeger met mijn lief eens ging wandelen)
zoe hànd in hànd,
            (zo hand in hand)
Klingelde dà melodîeke,
            (klinkt dat melodietje)
èn wélle voenke dà plezànt.
            (en wij vonden dat plezant)
Noo és het àllemol verànderd,
            (Nu is het allemaal veranderd)
ne mins dàd és noo volle persei,
            (een mens dat is nu steeds gehaast)
Mà às gêê 't nog ins wilt speile,
            (Maar als gij het nog eens wil spelen)
zinge we 't allemoël mei ... (twieë kirre)
            (zingen we het allemaal mee)


Laat uw stem nu maar horen.

Groetjes,

LeoPol



dinsdag 17 mei 2016

Extra geschiedenis Tienen

Beste zoektochters en aanverwanten,


Even een korte aanvulling van het geschiedkundig verleden van Tienen.

Archeologische vondsten op het Grijpenveld, waaronder een tempel ter ere van de oosterse god Mithras, tonen aan dat Tienen in de Romeinse tijd bewoond was.
Onder de Franken bevond het centrum zich in de huidige stationswijk en omstreeks 1380 vormde de huidige Veemarkt de kern van Tienen.
Na 1635 (bekend als de 'Tiense Furie') verschoof dit centrum naar de huidige Grote Markt.
En het stadhuis veranderde van vestiging in 1711.

Tienen heeft voor zijn ontwikkeling veel te danken aan 'Lambrecht I met de Baard', die het in 1013 bij het graafschap Leuven inlijfde.

Begin 12de eeuw verwierf Tienen het stadsrecht en omstreeks 1250 was het de hoofdplaats van een meierij.

In de middeleeuwen bloeiden hier de wolnijverheid en de lakenhandel.

Maar in de 17de eeuw leed de stad zwaar onder de Franse en Hollandse aanvallen tegen de Spanjaarden (zie de gewelddaden van 1635).

In de 19de eeuw luidde de oprichting van drie suikerfabrieken een periode van nieuwe welvaart in.

Groetjes,

LeoPol


donderdag 14 april 2016

Tiense streekproducten


Hierbij enkele van de vele Tiense streekproducten:

Tattepoem

De enige echte onvervalste Tiense ‘tattepoem’ is een voorbeeld van huisvlijt van weleer. Bij het taartenbakken gooiden de zuinige huismoeders het laatste restjes deeg niet graag weg en van deze deegrestjes werden ovale deegflappen gemaakt die werden gevuld met appelmoes (‘appelspèès’) en op kermisdagen werden er ook nog rozijnen aan toegevoegd. De deegflappen werden gesloten, bestreken met eigeel met wat water of melk, bestrooid met suiker (we zijn nu eenmaal Tienenaars) en in de laatste warmte van de oven’ croustillant’ gebakken.

Toteman


Het kerstbrood dat sinds eeuwen in Tienen wordt gemaakt (en vroeger op kerstavond werd gegeten) is een ‘toteman’; een rijk, wit krentenbrood met twee ‘toten’ (deuken of bulten) dat de vorm heeft van het ingebusselde kerstekind. Vroeger zat er als versiering in het midden van een ‘toteman’ een platte, ronde schijf uit pijpsteenaarde. Het uitdelen van totemannen bestaat in Tienen al lang. In 1551 maakte de toenmalige pastoor in het Begijnhof zijn beklag dat hij geen toteman met Kerstmis had gekregen.

SMAKELIJK

LeoPol


maandag 21 maart 2016

stadspark Tienen

Beste lezers,

Hoog tijd om nog wat informatie over Tienen door te sturen en even de aandacht te vestigen op het stadspark te Tienen. Het ligt vlak bij het centrum, maar maakt geen onderdeel uit van onze zoektocht.

Toch is het interessant om - vooral - even naar het verleden, de voorgeschiedenis van het huidige park te peilen.

Oorspronkelijk maakte het domein van het huidige stadspark in Tienen deel uit van het Danebroek-klooster. Tijdens de Franse Revolutie werden de kloostergebouwen, de tuin, de boerderij, de weiden en de boomgaard als nationaal goed verkocht. Bij het begin van de 19de eeuw werd in de voormalige boomgaard een laat-classicistische herenwoning opgetrokken. In de jaren dertig van de 19de eeuw kwam het huis met aanhorigheden in handen van de familie Van den Bossche-Loyaerts, een ondernemersgeslacht dat mede aan de basis lag van de Tiense suikerindustrie. 
In de voormalige kloostertuin kwam een belangrijke plantenverzameling tot stand, de Hortus Thenensis. Na WO II werd het goed overgedragen aan de stad Tienen. De plantentuin vormde de basis van het huidige stadspark.

Honderdtwintig jaar geleden verscheen de "Hortus Thenensis", een inventaris van de plantencollectie in het Tiense stadspark. Dit privé eigendom, verbonden met de suikerbaronnen, was oorspronkelijk veel omvangrijker dan het huidige park.



De Inventaris Onroerend Erfgoed gaat zeer uitgebreid in op het stadspark: "Het overblijfsel van de botanische privétuin die in 1886-1910 werd aangelegd bij een neoclassicistisch herenhuis uit het begin van de 19de eeuw. Van de 700 winterharde houtige soorten en variëteiten die rond 1900 werden aangetroffen, heeft ongeveer een tiende de eeuw overleefd. Het huidige stadspark van Tienen is een flauwe maar nog herkenbare afstraling van de 'Hortus Thenensis', zoals Van den Bossche zijn plantentuin noemde."
Tussen 1895 en 1900 was Van den Bossche senator voor de katholieke partij in het arrondissement Leuven. Bovendien was hij bedrijfsleider van de Tiense suikerfabriek P.P. Van den Bossche frères et Janssens. In 1893 publiceerde hij de eerste catalogus van de plantenverza­me­ling in Tienen. De "Hortus Thenen­sis" telde op dat ogenblik 1.320 soorten. Twee jaar later kwam men op circa 3.500 verschillende variëteiten. Leon Van den Bossche had een opper­vlakte van 1 hectare 17 are geërfd. Nadien kocht hij percelen bij aan de Broekstraat, Daneboekstraat en Delportestraat. Bij zijn dood in 1911 liet Van den Bossche 2 hectare 42 are na. Zijn erfgenamen verkochten het goed in 1923 aan de Société Anonyme La Raffinerie Tirlemontoise.
Een nieuwe inventaris in 1991 leerde dat er nog 78 soor­ten te vinden zijn in het stadspark. Allicht waren die er ook al in de gloriejaren, toen de "Hortus Thenensis" de vergelijking met de Nationale Plantentuin doorstond. 
Bron: inventaris onroerend erfgoed.

LeoPol

zaterdag 13 februari 2016

Tienen: spotnaam en dialect

Hallo kwèèkers en aanverwanten:


Hierbij enige info over de spotnaam van de Tienenaars en de eerste stappen in het (moeilijke) Tiense dialect...


SPOTNAAM:

De spotnaam voor de inwoners van Tienen luidt: 'Tiense Kwèèkers'.

Deze spotnaam zou ontleend zijn aan een verhaal (waar of niet waar?) dat in “L'étoile Belge” van 31 mei 1885 werd gepubliceerd. Met het nodige voorbehoud dus...

Vroeger was het de gewoonte om tijdens de Pinksterviering in de kerk een witte duif los te laten als symbool voor de Heilige Geest. Maar in dat jaar vond de koster geen witte duif. Hij besloot dan maar om een jonge eend te laten vliegen vanaf het doksaal. Een tamme eend kan echter niet vliegen en naar verluid zou het dier luid kwakend de misviering hebben verstoord...

Aanleiding genoeg om de Tienenaars (die bovendien de Heilige Geest vergeleken met een eend) vanaf dan 'Tiense Kwèèkers' te noemen.



En dan de eerste les 'Tiens dialect'!

Tienen, mén saaikerzujte schoeën stad!
Bé heur toures, heur haaze èn heur minse,
'ch hèm ter altêêd en boeënke veur g'had.
Béëter kan ich mich – ècht wooër – ni winse!

(Luc Lambrecht – redactie “welkom in Tienen”)


(Merk je ook wat Limburgs in dit dialect?)

Zoete groetjes,

LeoPol




maandag 1 februari 2016

Zoektocht september 2016.


Hallo fanatieke zoektochters,


Hoog tijd om wat info door te sturen i.v.m. onze volgende wandel-zoektocht, TIENEN.

In een mailtje hebben jullie al wat voorbereidende informatie doorgeseind gekregen.

Via dit blog wil ik - af en toe - wat extra wetenswaardigheden doorgeven, om het verlangen naar deelname wat aan te wakkeren!

En daar gaan we dan...


Het grote en prachtige marktplein van Tienen herinnert aan de vroegere grootheid van de stad.
De kerk van O.-L.-Vrouw-ten-Poel op deze markt heeft in het ontstaan van de Brabantse gotiek een zeer belangrijke rol gespeeld als leerschool voor een aantal Brabantse architecten uit de 14de en 15de eeuw (Sulpitius van Vorst, Jan Keldermans, Matheus de Layens, …)


Tienen is van oudsher een belangrijk marktcentrum op de grens van Haspengouw & Hageland.
De Grote Markt is de op twee na grootste van het land. Alleen Sint-Niklaas en Sint-Truiden scoren beter! (Zou dat aan de 'Sint' liggen?)
In het stedelijk museum 'Het Toreke' (vlak bij de markt) verneemt u er alles over.


 De stad heeft ook de grootste suikerraffinaderij van het land (1836).


Oorsprong van Tienen:

In de VIIIste eeuw lag op een heuvel (de Germanusberg – de huidige Veemarkt) een belangrijke hoeve, Villa de Thuinae genoemd. Vermoedelijk moet Tienen toen reeds bestaan hebben. Deze villa nam in het begin van de IXde eeuw enige uitbreiding. Toen bouwden de benedictijnen van St.-Germain-des-Prés uit Parijs er een romaans kerkje en een klein klooster. De invloed van deze monniken heeft ruimschoots bijgedragen tot de verdere ontwikkeling van de landhoeve.
De ligging langs de grote handelsweg St.-Truiden – Leuven was zeer voordelig, zodat meerdere handelaars zich rondom de berg vestigden. De Germanusberg werd stilaan het centrum van een groeiend stadje.

Maar later meer hieromtrent.

Groetjes,

LeoPol





dinsdag 15 september 2015

Reglement zoektocht 2015

Reglement bij de zoektocht “TURNHOUT”          26 september 2015


Deze wandelzoektocht wil aan de hand van een beschrijvende tekst en een reeks vragen de deelnemers nader kennis laten maken met een stukje authentiek Turnhout.

In de routebeschrijving zitten geen vallen, zodat iedereen de weg van begin- tot eindpunt makkelijk moet kunnen vinden. Bij onvoorziene wegonderbrekingen of andere omstandigheden doen we beroep op je gezond verstand. De inrichters zijn niet verantwoordelijk voor gebeurlijke ongevallen.

Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters: Zon = zoN = ZON.
Het lettertype is onbelangrijk: woord = woord = woord .
Een tekst of woord tussen aanhalingstekens ( “ ….. ” ) in de vragen moet je kunnen lezen zoals het tussen de aanhalingstekens staat.
Zonder aanhalingstekens moet je van het betreffende woord een afbeelding (of een deel ervan) kunnen zien. (Een paardenkop staat dus ook voor een paard.)



Op alle vragen kan je het antwoord ter plaatse aflezen of, mits wat speurwerk, afleiden.



Als een antwoord ter plaatse kan afgelezen worden, wordt deze tekst als enig correct antwoord beschouwd (ook al is dit in tegenspraak met wat in de literatuur of op internet kan gevonden worden!).
Waar het antwoord ter plaatse af te lezen is, vragen we wel een ‘correcte’ schrijfwijze (zoals het ter plekke te lezen staat). Dus: thym ≠ thijm !



Jaartallen kunnen in alle vormen voorkomen: Romeinse cijfers (I, V, …), Arabische cijfers (1914…), afgekorte vormen (14 i.p.v. 1914…), enz…



De verkleinde cursieve teksten kan je, in geval van tijdnood, overslaan om later thuis te bestuderen.



Ook dit jaar zijn er geen schiftingsvragen in de tekst verwerkt. Bij gelijkheid van punten zal achteraf door de inrichter(s) een extra (pikante!?) vraag gesteld worden…



Maar deelnemen is belangrijker dan winnen…




LeoPol




© Paul Hendrickx, Leuvensebaan 147, 3220 Holsbeek.

woensdag 2 september 2015

Muggenblussers


Muggenblussers   (info: Henk De Koninck)

6 juni 1755. ‘t Is stikkens heet.
Brand! De toren van de Sint-Pieterskerk staat in brand!”
Alle weerbare mannen en ook de Bruine Paters (die toen dienst deden als brandweer!) zijn er met waterpomp en emmers, water en zand. Er wordt een lange rij gevormd en emmers worden doorgegeven, totdat ze het zien: het is een zwerm muggen. De toren brandt niet.
In de burgemeestersrekening van 1755 kan je lezen dat de herstelwerken aan het dak van de kerk 31 gulden en 13 stuivers bedroeg. De schade werd veroorzaakt door de overijverige “Muggenblussers”. Talrijke gedichten en publicaties verhalen smalend over deze ‘brand’. De spotnaam “muggenblussers” was geboren.


Eén van de vele gedichten hieromtrent...



Wie heeft er ooit het lied gehoord, het lied van Pater Bart?
Die volgde toen hij twintig werd, de roeping van zijn hart.
Het werken zei hem niet zoveel en vrijen evenmin
Dus stapte hij met fikse tred, een Turnhouts klooster in.
Zijn schoenen liet hij aan de deur, ze waren toch te groot
Daarbij, omwille van de geur, liet hij zijn tenen bloot.
Maar ze hadden daar sandalen staan, die kwamen goed van pas
Om hard te rennen door de tuin, als’t repetitie was.
Want als er brand was in de stad, een huis of een café
Was het paterskorps dat toen de blussingswerken dee.
Daarvoor moest hard worden getraind, met water en met spuit
En wie niet zo hard lopen kon, die vloog het klooster uit.
Maar Pater Bart leek vlug een kei, in mikken hoog en ver.
Heel Turnhout kende hem al vlug, hij werd een echte ster.
De kar, het paard, het blusgerief, hij had het bij de hand
En vuriger werd zijn gebed “Ach God, maak toch een brand!”
En ja, een avond zwoel en warm, Ding Dong! Daar klonk de bel
Er werden vlammen gesignaleerd, de vlammen woedde fel.
Den Bart schoot zijn sandalen aan en weg was heel de groep
Harop! Naar de Sint-Pieterskerk! Het volk stond op de stoep.
Ze wezen hoog en riepen maar “den toren staat in brand”
Vlug Paters blus heel dat geval, aan voor- en achterkant”
Maar Pater Bart, den slimste thuis riep toen “Och God Och God!
Zien jullie niet .. er is geen brand, wie houdt ons voor de zot?”
Toen zagen alle and’ren pas, een muggenzwerm heel dicht
Die hoog tegen de toren hing, in’t felle avondzonlicht.
En Ja, ‘t Was waar precies rook, precies gelijk een vuur
Zo straf scheen toen opeens de zon, op toren en op muur.
De Paters waren voor Jan Lul gekomen op de Markt.
De koster vond het een goei grap en lachte hard.
De dorpen hier ook in de buurt, hoorden van dit voorval vlug
En schoven wie van Turnhout is, een bijnaam in de rug.
En sinds die dag, zo wordt vermeld in boeken dik en zwaar
is ‘ muggenblussers’ onze naam, ‘t is echtentechtig waar!

Er zijn uiteraard meerdere bijnamen voor de Kempische Turnhoutenaren.
Het opzoeken waard!

Je "bink" LeoPol...



maandag 17 augustus 2015

Markt Turnhout

Beste bloggers,



Eindelijk... heb ik het gat in de markt gevonden!

Te Turnhout natuurlijk, na heel wat speuren.







En nu ga ik nog verder op zoek naar bruikbaar materiaal voor de nakende zoektocht.


Groetjes en tot later.

LeoPol






zaterdag 15 augustus 2015

Corbeels: speelkaarten in Turnhout

Hallo bloggerfans,

Een beetje geschiedenis i.v.m. de grondlegger van de speelkaartenindustrie in Turnhout.
En hoe het verder verliep. Ook in de zoektocht vind je enkele aanwijzingen...



Doordat Corbeels in 1798 ging strijden tegen de Fransen kwam de zorg voor de drukkerij op de schouders van zijn leerjongen, P.J. Brepols, terecht. Corbeels werd gevangen genomen en gefusilleerd op 21 juni 1799. De weduwe van Corbeels hield de zaak nog slechts een korte tijd, vanaf 1800 nam Brepols geleidelijk aan het huis en de inboedel over. Hij huwde op 1 maart 1800 Jeanne Caluwaerts.
Brepols ontpopte zich als een succesvol zakenman. Na korte tijd werd aan de drukkerij ook een winkel en papierhandel toegevoegd, nog iets later een boekbinderij. Hij handelde aanvankelijk ook in de meest uiteenlopende dingen, van lederwaren tot hoeden. Deze activiteiten vielen in 1843 weg. Aangezien de grafische nijverheid in Turnhout nog jong was moest hij zijn toevlucht nemen tot ervaren vaklui van buiten de streek. De eerste jaren werden vooral religieuze werken en schoolboekjes gedrukt. Maar niet alles wat de naam van Brepols draagt is ook op zijn persen gedrukt. Bekend is dat hij boeken aankocht waar hij dan zelf een nieuwe titelpagina met zijn naam op overplakte. Ook gaf hij opdracht aan andere drukkers een aantal exemplaren te drukken die zijn naam droegen. De kinderprenten of ‘mannekensbladen’ werden toen nog bij andere drukkerijen aangekocht, voornamelijk Le Tellier in Lier. Deze nam hij in 1817 volledig over en met de zo verworven houtblokken drukte hij zijn eerste eigen kinderprenten. Speelkaarten kwamen toen nog uit Antwerpen, Brussel en voornamelijk Dinant. Vanaf 1826 drukte Brepols ook deze zelf. Al snel waren de rollen omgekeerd en kochten zijn concurrenten speelkaarten bij hem om deze verder te verkopen. Ook de fabricage van geverfd papier, fantasie–, marokijn– en marmerpapier werd aangevat. Het dan nog vrij jonge procédé van de steendruk werd bij Brepols binnengehaald in 1829. Op 5 juli 1834 startte hij het eerste weekblad van de Kempen, het ‘Algemeen Aenkondigingsblad’, dat tot 1875 bij Brepols zou worden gedrukt.
In 1820 was Brepols’ enige dochter, Antoinette, in het huwelijk getreden met Jan Jozef Dierckx, een voorname tijkhandelaar. Door de onafhankelijkheid van België in 1830 stokte de handel met Nederland, dat als ‘de vijand’ werd aanzien.
In een omzendbrief van 4 mei 1835 deelde Brepols mee dat hij zich had geassocieerd met zijn schoonzoon onder de naam Brepols & Dierckx zoon. Toch was de samenwerking reeds twee jaar eerder begonnen. Brepols’ hoofdklerk J.E. Glénisson en P.F. Wellens keerden rond die periode het bedrijf de rug toe. Elk begonnen ze hun eigen fabriek en werden rechtstreekse concurrenten van Brepols.
Op 3 januari 1845 overleed P.J. Brepols en het bedrijf kwam in handen van dochter Antoinette, inmiddels weduwe geworden. In de uitoefening van haar taak liet ze zich bijstaan door Stefan Splichal, die zich voornamelijk bezighield met de uitgave van het weekblad. In 1853 plaatste men de eerste stoommachine. De zoon van Antoinette, Jan Willem Dierckx, huwde in 1860 met Josephina Frederika Dessauer, dochter van de eigenaar van een zeer belangrijk bedrijf in sierpapieren in Aschaffenburg. De broer van Josephina kwam een tijdlang de productie hiervan bij Brepols verbeteren. In 1866 overleed Jan Willem en hierdoor kwam Josephina Dessauer aan het hoofd van het bedrijf te staan. In 1868 trad ze opnieuw in het huwelijk, dit keer met ingenieur Arthur Dufour. Deze hield zich echter niet in met de zaken van zijn vrouw. Haar zoon, baron François du Four (ondertussen was de schrijfwijze van de familienaam veranderd) nam rond de eeuwwisseling de zaak van zijn moeder over. Het bedrijf was inmiddels uitgegroeid tot de grootste in zijn soort en had meer dan duizend werknemers in dienst.
In 1911 werd het bedrijf omgevormd tot een naamloze vennootschap ‘N.V. Etablissementen Brepols’ en Jhr Fr. du Four werd voorzitter van de Raad van Beheer. In 1913 en 1930 werden de gebouwen nogmaals vergroot, voordien waren nieuwe gebouwen opgericht in 1887 en 1890 in de Papenstraat.
Begin 1921 werd een nieuwe afdeling opgericht van behangselpapieren. In 1929 bedroeg de productie hiervan zes miljoen rollen. Door de douanebeperkingen in Engeland en Frankrijk werd in 1932 in Halluin (Frankrijk) de ‘Société Française des Papiers Brepols’ opgericht om deze markt niet te verliezen.
In 1945 volgde baron Jean du Four zijn overleden vader op als voorzitter van de Raad van Beheer. Het gestreken fantasiepapier werd in 1960 ondergebracht in een nieuw bedrijf, N.V. Copa, waarin drie Turnhoutse bedrijven fusioneerden. In 1967 werd dit dan weer mee overgenomen in het nieuw opgerichte bedrijf ‘N.V. Turpa’, een samengaan van de afdelingen van gekleurd papier van Biermans, Van Genechten en Copa. In 1970 brachten de Turnhoutse speelkaartfabrikanten hun kennis samen en richtten ‘Carta Mundi’ op.
Meer en meer werd er gedrukt en gebonden voor derden, dit als oplossing voor de grote terugval in kerkboeken door het Tweede Vaticaans Concilie. De ligging van de gebouwen in het centrum van de stad was niet langer verantwoord. Een terrein van 7 hectare werd aangekocht op het industrieterrein en de eerste bouwfase ging van start in juni 1969. In 1971 trad baron Louis de Cartier de Marchienne in functie als voorzitter van de Raad van Beheer. Onder zijn leiding werd in 1973 de tweede fase van de werken voltooid zodat in 1974 de gebouwen volledig in gebruik werden genomen.
De gebouwen werden verder uitgebreid in 1989. In 2003 vroegen twee vennootschappen van de groep het concordaat aan, de schuldenlast was niet langer houdbaar. Begin 2005 is er niet veel meer dat nog rest van het vroegere Brepols. De uitgeverij en een gedeelte van de binderij blijven in afzonderlijke bedrijven bestaan, de drukkerij en een deel van de binderij is volledig opgegeven. Het personeelsbestand is teruggebracht naar 220 werknemers terwijl dit op de top van hun roem bijna 2000 bedroeg. Toch ziet het bedrijf de toekomst rooskleurig in.

Turnhout blijft vooral wereldleider wat 'speelkaarten' betreft.


Groetjes.

LeoPol




vrijdag 7 augustus 2015

Madelon


TURNHOUT:  ZEGEPlein




Het oorlogsmonument Madelon, een vrouwenfiguur (met zwaard in de hand) die vrede en overwinning uitbeeldt, werd opgericht in 1922 op de Botermarkt, nu het Zegeplein, ter ere van 130 gesneuvelde soldaten en zeventien slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog. Ergens begin jaren 70 verdween het zwaard. Diefstal? Een grap? Niemand die het weet.
Een tijd geleden leek het erop dat het verdwenen zwaard opnieuw was opgedoken. Maar nu blijkt dat de kans dat het daadwerkelijk om hét zwaard gaat, nagenoeg onbestaande is. “Op het zwaard dat onlangs werd aangetroffen staan runen (oud schrift van Germaanse volkeren) en het is hoogst twijfelachtig dat dergelijke tekens in de jaren 20 gebruikt werden”, zegt stadsarchivaris Bart Sas. “Bovendien ontbreekt ook de lauwerkrans die op oude foto’s wel duidelijk te zien is.”

Zwaard of geen zwaard, de stad trekt in 2016 wel 100.000 euro uit om het monument volledig te restaureren. Op verscheidene plaatsen liggen de stenen scheef en de bronzen platen hangen ook niet helemaal recht. Bovendien is het beeld ook helemaal verkleurd.


Let ook op de achtergrond links: "apotheek Clerinx".
Dit was de apotheek van mijn grootvader.
De vroegere voorgevel is nu volledig vernieuwd!


Groetjes.

LeoPol



zondag 19 juli 2015

Zoektocht Turnhout september 2015


Dag allemaal...   Eindelijk de start van een nieuw verhaal: Turnhout


TURNHOUT (een beetje geschiedenis)


Naam (mogelijk) afgeleid van: turn = toren en holt = bos.
(Maar er zijn meerder verklaringen voor de naam Turnhout.)


Turnhout werd reeds heel vroeg bewoond door verschillende volksstammen.
In het Taxandriamuseum vind je allerlei voorwerpen, gevonden in de bodem, die dit staven.

Omstreeks 1110 is er sprake van een burcht, waarschijnlijk als centrum van een hertogelijk domein (de Warande). Niet alleen als verdedigingspost maar ook (en vooral) als jachtslot was de burcht van Turnhout een trefpunt, regelmatig bezocht door de hertogen van Brabant voor de jacht in de omringende bossen. De aanwezigheid van de hertogen zorgde voor een snelle groei van de stad. Al in 1212 gaf de Brabantse hertog Hendrik I deze plaats zijn stads- en vrijheidsrechten.

De Romeinen hadden weinig of geen belangstelling voor deze onherbergzame streek, met vooral dichte bossen, verraderlijke moerassen en een onvruchtbare zandbodem. Het was een cultuurarm volk dat hier een sober leven leidde, een volk van jagers, voortdurend in de weer om te overleven.

Toen de Franken zich (vanaf de vijfde eeuw) in onze streken vestigden, kwam er bloei en vooruitgang in het Kempische leven. Zij zorgden voor heel wat nederzettingen en bouwden 'Turnichalt' (of Turnhout) verder uit. Zij waren herders en landbouwers en kenden de zwijnenkudde, de schapenteelt, de bijenkweek, de ganzenteelt en het neerhof.

Vanaf de twaalfde eeuw bloeide naast de landbouw ook de handel op in onze streken. Dat zorgde voor een sterke uitbouw van het wegennet en op de kruisingen hiervan kwamen marktplaatsen. De nabijheid van een burcht was een bevorderende factor. Turnhout was dus bevoorrecht met zijn vier oudste straten die op de huidige Grote Markt samenvloeiden. Toen sloot het kasteel (of burcht) nog rechtstreeks aan op deze markt en dus was het hier veilig.

In de Middeleeuwen was dit stadje ook een belangrijk centrum van weverijen en lakenhandel. Begin 14de eeuw kwamen Engelse, Lombardische en Hanseatische kooplieden naar Turnhout om het laken te kopen.

Midden 14de eeuw telde Turnhout zowat 7000 inwoners en een duizendtal huizen. Eind 15de, begin 16de eeuw zat de welvaart op een hoogtepunt. Maar door pest, oorlogen en watersnood ging het (vooral tussen 1520 en 1530) economisch snel bergaf.

Intussen had landvoogdes Margareta van Oostenrijk de middeleeuwse burcht verfraaid. En midden 16de eeuw schonk Keizer Karel V het 'land en de vrijheid Turnhout' aan Maria van Hongarije. Zij liet de burcht omtoveren tot een renaissancepaleis. Ze stichtte ook het enig mooie begijnhof op een stukje van de 'warande'. (En eveneens de priorij van Corsendonk, een eindje buiten Turnhout.)

In 1755 was Turnhout, na Brussel, Antwerpen en Leuven, de dichtst bevolkte stad van Brabant.

Na de tachtigjarige oorlog kwam Turnhout in handen van het huis van Oranje en liet Amalia van Solms het intussen verkommerde kasteel opnieuw opkalefateren.

Vermeldenswaard is nog dat tijdens de Brabantse Omwenteling de Oostenrijkse troepen in de straten van Turnhout een nederlaag leden tegen de Patriotten.

Begin XIX was Turnhout nog een textielstadje, doch de opkomende papiernijverheid verdrong deze sector geleidelijk van de eerste plaats. Vooral de familie Corbeels had hierin een belangrijke rol, toen zij een drukkerijtje van Leuven naar Turnhout overbrachten (samen met hun leerjongen Brepols). Pieter Corbeels was ook de bezieler en één van de kopstukken van het gewapend verzet tegen de Franse bezetter (de Boerenkrijg).

Met de productie van speelkaarten werd in 1826 gestart. Dit was het begin van een ongelooflijke speelkaartennijverheid. Jaarlijks worden wereldwijd miljoenen Turnhoutse speelkaarten verkocht.
Eind 19de eeuw waren in Turnhout zeven grote papierfabrieken actief, met als oudste de firma Brepols. Turnhout groeide uit tot het centrum van de papierverwerkende nijverheid. Getuige hiervan is het 'speelkaartenmuseum', één van de toeristische troeven van Turnhout. Nu zijn ze ondergebracht in het wereldvermaarde “Carta Mundi”.

Ook in de 19de eeuw gingen handel en industrie er op vooruit, vooral door de aanleg van extra wegen en kanalen (o.m. Het kanaal Dessel – Turnhout – Schoten).

In 1939 bouwde de firma “Michielsen koffie” een nieuwe koffiebranderij op de grens Turnhout – Oud-Turnhout, met de nog steeds bekende en bestaande naam MIKO.


Veel van het oude Turnhout is verdwenen. Niettegenstaande zijn kleine oppervlakte zijn er toch nog heel wat bezienswaardigheden te ontdekken en musea te bezoeken. Deze zoektochtwandeling tracht een groot deel van deze sluier op te lichten.

Meer wetenswaardigheden volgen later...


Groetjes,

LeoPol

---




maandag 11 augustus 2014

Heilig Paterke van Hasselt.

Heilig ... Zalig ...

In feite is dit heilig 'paterke' van Tongeren. Want daar ziet Lowie (Johannes Ludovicus Pasquay is zijn echte naam) het levenslicht. Niet te verwonderen dus dat je ook in Tongeren zijn beeld in de stad vind. Lees er maar eens onze zoektocht in Tongeren op na. Zijn ouders (van zeer eenvoudige boerenafkomst) hadden er een café aan de Koemarkt. Het waren zeer vrome mensen. Dus is het niet te verwonderen dat Lowie al vroeg weet wat hij wil worden: heilig. Maar officieel heilig is hij nog  niet, wel zalig verklaard.

Eerst college in Tongeren. Dan Klein Seminarie in Sint-Truiden. Dan verder in Tielt, voor pater, in de orde van de Minderbroeders, Franciscus van Assisi achterna. Na zijn priesterwijding belandt onze blotevoetenpater voor de rest van zijn leven in het klooster van de Franciscanen in Hasselt. Vandaar 'het paterke van Hasselt'.

Hij leidt een voorbeeldig kloosterleven (een leven van gebed en dienstbaarheid) en ook vanaf de preekstoel was hij zeer inspirerend. Van overal stromen mensen toe om bij hem te biechten. Een verademing voor velen. Het is dan ook niet te verwonderen dat Hasselt (en heel Limburg) onweerstaanbaar in de ban van "Valentinus" geraakt.

't Heilig paterke sterft op nieuwsjaarsdag 1905 aan een hartstilstand. In 2003 verklaart Rome hem 'zalig'. Wanneer 'heilig',  daar hebben we het raden naar.

Wie alsnog een bezoek wil brengen aan Valentinus kan terecht in de Sint-Rochuskerk. In de zijkapel vind je zijn grafkapel. Minderbroedersstraat 19 (open o.m. op zaterdag van 9.45 tot 11.30 uur en van 13.30 tot 16.00 uur). Via onze zoektocht is het maar een kleine zijsprong.


---

En nog dit:

'Kluppelslagers' waren boeren uit de omgeving van Hasselt die in 1460 in opstand kwamen tegen de te hoge belastingen die 'procureurs' in naam van de bisschop van Luik opeisten. Omdat die 'procureurs' vooral zichzelf verreikten, vernielden de 'kluppelslagers' hun huizen.


LeoPol





zondag 6 juli 2014

KOFFIE


Dag bloggers,


Hoewel meer dan bekend, toch nog even in herinnering brengen...



En dan is er nog “Hasseltse koffie”.


Per glas heb je nodig:

2 à 3 cl Hasseltse brandewijn
1 koffielepel bruine suiker
¼ dl half opgeklopte room
een stuk sinaasappelschil
sterke koffie

Bereiding:

De brandewijn flamberen en in het glas over de suiker gieten.
Het glas verder vullen met sterke koffie, tot op 2 cm van de rand.
Tenslotte langzaam, over een omgekeerde lepel, de room bijvoegen.

(op die manier zal de room niet in de koffie zakken)



En daarbij 'Hasseltse speculaas' en een luie stoel!


Groetjes.

LeoPol




maandag 9 juni 2014

Opmerkelijke uitspraken

Hoi,

Tussendoor even iets anders.
Het moet niet altijd Hasselt zijn.


Wanneer ik - af en toe - op een opmerkelijke uitspraak bots, wil ik ook anderen hiervan laten genieten.


En dus:

Hoe ouder ik word, hoe meer ik luister naar mensen die niet veel praten.

 'Van al degenen die niets te zeggen hebben, zijn zij die zwijgen het aangenaamst', aldus Louis Paul Boon.


Het is uiteraard niet verboden om hier zelf iets aan toe te voegen.
Het wordt in dank aanvaard!

Groetjes.

LeoPol


---


donderdag 22 mei 2014

Japanse tuin


Hallo,

Voor de familie-wandel-zoektocht in Hasselt zullen we ons moeten beperken tot de binnenstad.
Maar er is natuurlijk meer! Zo is er de unieke Japanse tuin, die gelegen is tussen de kleine en de grote ring rond Hasselt. Een wandeling in deze tuin is een adembenemende belevenis en dus een aanrader voor wie de stad verder en diepgaander wil verkennen.
Een beetje extra informatie...


Japanse tuin


De Japanse tuin van Hasselt is met zijn 2,5 ha de grootste authentieke Japanse tuin van Europa. Hij werd in 1992 aangelegd in samenwerking met Itami, de Japanse zusterstad van Hasselt, volgens de strikte Japanse regels van landschapsvormgeving (volgens de principes van de 17de-eeuwse theetuinen). Het is een wandeltuin die een afspiegeling van het Japanse landschap vormt. Een wandeling hier is een aaneenschakeling van verfijnde beelden: rotspartijen, kronkelige paadjes, vijvertjes met waterval, bruggetjes en beplanting, … vormen voortdurend nieuwe composities in het landschap. Centraal in de tuin staat het ceremoniehuis, aan de grote vijver. Dit gebouw in de stijl van een 17de-eeuws gasthuis steekt gedeeltelijk in het water. De hoge bomen weerspiegelen zich in het water en de strakke eenvoud van de Japanse architectuur komt hier heel mooi tot zijn recht. In dit huis wordt elke maand een theeceremonie georganiseerd. Op het keienstrand kun je de vissen voeren. De tamme koi karpers kennen het ritueel intussen al goed. Het kleurenpalet in de tuin is het hele jaar door onuitputtelijk: de bloesems in het voorjaar, de magnolia's, azalea's en rododendrons in de vroege zomer, de gouden kleuren in de herfst.

En tenslotte nog dit: de tuin is volgens de traditie gericht op het Oosten, de kant waar de zon opkomt.


Groetjes en veel kijkgenot.


LeoPol



zaterdag 19 april 2014

Hasselt: speciaalzaken



In aansluiting op vorig blogje (Hasseltse specialiteiten) enkele gerenommeerde zaken die bij een bezoek aan Hasselt aan te bevelen zijn.

Voor een huwelijk tussen jenever en speculaas moet je toch eens even binnenwandelen in slagerij Brepoels (Zuivelmarkt 15). Slager Frans Brepoels is voor zijn Hasseltse paté alleen al meer dan een ommetje waard: dit is dé specialiteit van het huis! Naast jenever en speculaas is er ook nog wat hazelnoot in verwerkt. Daarnaast is het ook een prima adres voor americain en huisbereide charcuterie. En er is nog veel meer, maar dan kan je beter zelf gaan ontdekken.

Ook Fijnbakker Cools (een huis van vertrouwen in de Kapelstraat 27, dat al meer dan 150 jaar bestaat en daarmee een van de oudste handelszaken van Hasselt en omgeving is) is overbekend. Lekker gebak is hier de huisspecialiteit. Meer dan 50 verschillende soorten taartjes worden regelmatig aan de seizoenen aangepast. Ook voor een verfijnde (!) keuze aan broden kan je hier terecht. Geen gewone broden, maar net dat ietsje meer (ligt het aan de betere ingrediënten?). En in een degustatiezaal kan je ook al het lekkers uit de toonbank met een kopje koffie nuttigen.

't Vitamientje (Havermarkt 17-19) staat voor een vlekkeloze kwaliteit voor wie houdt van 'verse' groenten en fruit. Een zeer ruim aanbod van seizoensgroenten in alle mogelijke soorten en variëteiten. Boven de zaak bevindt zich een hypermoderne keuken waar alles (pasta, slaatjes,sausjes, koude en warme gerechten, soep, wokgroenten, …) wordt bereid. Wie hier zijn gading niet vindt, is veroordeeld tot zijn eigen tuintje!

Iedereen kent in Leuven de kaasspecialist Elsen. Ook Hasselt heeft zijn kaasspeciaalzaak: Domus Casei (Maastrichterstraat 96). Christophe Decoster is opgegroeid in de Turnhoutse kaaswinkel van zijn ouders, Dat hij voor de stiel van kaasboer koos, is dus niet verwonderlijk. Hiervoor startte hij enkele jaren geleden een gespecialiseerde kaaswinkel (met vooral focus op kazen) in Hasselt. Resultaat: een uitgebreid gamma gekende, maar ook minder bekende kazen. Om de twee weken rijdt hij naar de vroegmarkt in Rungis, waar hij kazen uit de hele wereld inkoopt. Daarnaast worden groothandelaars kriskras door Europa aangeboord. Ook een klein assortiment zware bieren, wat wijn en brood vullen de kaasvreugde aan.

Tot slot vinden we ook het beste van Italië in Hasselt: La Gastronomia (Minderbroedersstraat 41). Voor het allerbeste uit de Italiaanse keuken moet je hier zijn: seizoensgebonden, vers, origineel, Wel enkel om mee te nemen! Ook grappas, Italiaanse wijnen, olijfolie, balsamico, koekjes, confituur, … zelfs Italiaanse keramiek en vazen ontbreken hier niet. Ideaal voor speurneuzen!


Geniet ervan!

LeoPol





donderdag 3 april 2014

Hasseltse specialiteiten.

Hallo,

Ook culinair heeft Hasselt heel wat te bieden.

We pikken er twee specialiteiten uit...

Hasseltse specialiteiten

Jenever2 glaasjes jenever.jpg
Jenever is voor Hasselt zoveel méér dan een drankje. Het stoken ervan is een ware kunst, een traditie waar elke inwoner trots op mag zijn. Hasselt zou Hasselt niet zijn zonder z'n beroemde jenever, die door de eeuwen heen een icoon van plezier en gezelligheid geworden is.






Speculaas
Dan is er nog die andere Hasseltse specialiteit: speculaas. Het uitzicht, de smaak en de samenstelling zijn typisch aan dit bruine gebak: de speculaas moet dik, zacht en mals zijn. Deze kruidige lekkernij is het hele jaar door verkrijgbaar bij de ambachtelijke bakkers in Hasselt.





























Schol en smakelijk.



LeoPol




donderdag 6 maart 2014

Vervolg Hasselt


Nog een beetje geschiedenis.

Tussen de kleine nederzetting aan de Demer en de huidige hoofdplaats van Limburg liggen meer dan 800 jaar van constante groei, via een hele reeks verwoestingen met telkens weer een wederopbouw.
Na meer dan 100 jaar als deel van het graafschap Loon groeide Hasselt in de 14de eeuw uit tot het belangrijkste handelscentrum van het graafschap. De volgende eeuwen was het een komen en gaan van vijandige troepen en bezetters. Het hoogtepunt van al die verwoestingen van voorbijtrekkende legers van diverse nationaliteiten (Duitsers, Hessen, Zweden, Kroaten, Hollanders, …) vinden we in de 17de eeuw. En telkens herstelde de stad zich. Zo ook na de rampzalige komst van de Franse revolutionaire troepen in 1794. Ze heven niet alleen de kloosterorden op, maar legden aan de Hasselaars belastingen op die ze onmogelijk konden betalen. De haat en de woede – niet alleen bij de Hasselaars, maar bij gans Vlaanderen – mondde uit in de befaamde Boerenkrijg, waarbij o.m. de boeren de bezetters uit Hasselt verdreven. Datzelfde boerenleger werd later in Hasselt afgeslacht. En wie uit dat bloedbad wist te ontsnappen werd uiteindelijk in Sint-Lambrechts-Herk vermoord. Ging het over ongeveer duizend doden in Hasselt, in Vlaanderen waren er dat meer dan tienduizend! Vandaar ook de vele Boerenkrijgmonumenten in Hasselt, Bornem, Mol, Meerhout...

Het groeiend impact van Hasselt  uitte zich o.m. in de omwalling einde 13de eeuw, wat nu de ring rond Hasselt is. En vooral de lakennijverheid bracht in de 14de en 15de eeuw een grote bloei mee, met een sterke terugval in de 16de eeuw. Het duurde dan tot in de 19de eeuw voordat Hasselt opnieuw wat aan belang begon te winnen.

In 1830 werd Hasselt de voorlopige hoofdplaats van de provincie Limburg. Negen jaar later werd ze dat definitief. Maar Hasselt kwam moeilijk los uit het isolement waar ze al eeuwen in vastzat. Pas na 1850 veranderde dat, dank zij de aanleg van het Kempens kanaal, de spoorweg en enkele nieuwe wegen. Nieuwe (betere) tijden braken eindelijk aan voor Hasselt.

Historische groetjes.

LeoPol