maandag 21 maart 2016

stadspark Tienen

Beste lezers,

Hoog tijd om nog wat informatie over Tienen door te sturen en even de aandacht te vestigen op het stadspark te Tienen. Het ligt vlak bij het centrum, maar maakt geen onderdeel uit van onze zoektocht.

Toch is het interessant om - vooral - even naar het verleden, de voorgeschiedenis van het huidige park te peilen.

Oorspronkelijk maakte het domein van het huidige stadspark in Tienen deel uit van het Danebroek-klooster. Tijdens de Franse Revolutie werden de kloostergebouwen, de tuin, de boerderij, de weiden en de boomgaard als nationaal goed verkocht. Bij het begin van de 19de eeuw werd in de voormalige boomgaard een laat-classicistische herenwoning opgetrokken. In de jaren dertig van de 19de eeuw kwam het huis met aanhorigheden in handen van de familie Van den Bossche-Loyaerts, een ondernemersgeslacht dat mede aan de basis lag van de Tiense suikerindustrie. 
In de voormalige kloostertuin kwam een belangrijke plantenverzameling tot stand, de Hortus Thenensis. Na WO II werd het goed overgedragen aan de stad Tienen. De plantentuin vormde de basis van het huidige stadspark.

Honderdtwintig jaar geleden verscheen de "Hortus Thenensis", een inventaris van de plantencollectie in het Tiense stadspark. Dit privé eigendom, verbonden met de suikerbaronnen, was oorspronkelijk veel omvangrijker dan het huidige park.



De Inventaris Onroerend Erfgoed gaat zeer uitgebreid in op het stadspark: "Het overblijfsel van de botanische privétuin die in 1886-1910 werd aangelegd bij een neoclassicistisch herenhuis uit het begin van de 19de eeuw. Van de 700 winterharde houtige soorten en variëteiten die rond 1900 werden aangetroffen, heeft ongeveer een tiende de eeuw overleefd. Het huidige stadspark van Tienen is een flauwe maar nog herkenbare afstraling van de 'Hortus Thenensis', zoals Van den Bossche zijn plantentuin noemde."
Tussen 1895 en 1900 was Van den Bossche senator voor de katholieke partij in het arrondissement Leuven. Bovendien was hij bedrijfsleider van de Tiense suikerfabriek P.P. Van den Bossche frères et Janssens. In 1893 publiceerde hij de eerste catalogus van de plantenverza­me­ling in Tienen. De "Hortus Thenen­sis" telde op dat ogenblik 1.320 soorten. Twee jaar later kwam men op circa 3.500 verschillende variëteiten. Leon Van den Bossche had een opper­vlakte van 1 hectare 17 are geërfd. Nadien kocht hij percelen bij aan de Broekstraat, Daneboekstraat en Delportestraat. Bij zijn dood in 1911 liet Van den Bossche 2 hectare 42 are na. Zijn erfgenamen verkochten het goed in 1923 aan de Société Anonyme La Raffinerie Tirlemontoise.
Een nieuwe inventaris in 1991 leerde dat er nog 78 soor­ten te vinden zijn in het stadspark. Allicht waren die er ook al in de gloriejaren, toen de "Hortus Thenensis" de vergelijking met de Nationale Plantentuin doorstond. 
Bron: inventaris onroerend erfgoed.

LeoPol

zaterdag 13 februari 2016

Tienen: spotnaam en dialect

Hallo kwèèkers en aanverwanten:


Hierbij enige info over de spotnaam van de Tienenaars en de eerste stappen in het (moeilijke) Tiense dialect...


SPOTNAAM:

De spotnaam voor de inwoners van Tienen luidt: 'Tiense Kwèèkers'.

Deze spotnaam zou ontleend zijn aan een verhaal (waar of niet waar?) dat in “L'étoile Belge” van 31 mei 1885 werd gepubliceerd. Met het nodige voorbehoud dus...

Vroeger was het de gewoonte om tijdens de Pinksterviering in de kerk een witte duif los te laten als symbool voor de Heilige Geest. Maar in dat jaar vond de koster geen witte duif. Hij besloot dan maar om een jonge eend te laten vliegen vanaf het doksaal. Een tamme eend kan echter niet vliegen en naar verluid zou het dier luid kwakend de misviering hebben verstoord...

Aanleiding genoeg om de Tienenaars (die bovendien de Heilige Geest vergeleken met een eend) vanaf dan 'Tiense Kwèèkers' te noemen.



En dan de eerste les 'Tiens dialect'!

Tienen, mén saaikerzujte schoeën stad!
Bé heur toures, heur haaze èn heur minse,
'ch hèm ter altêêd en boeënke veur g'had.
Béëter kan ich mich – ècht wooër – ni winse!

(Luc Lambrecht – redactie “welkom in Tienen”)


(Merk je ook wat Limburgs in dit dialect?)

Zoete groetjes,

LeoPol




maandag 1 februari 2016

Zoektocht september 2016.


Hallo fanatieke zoektochters,


Hoog tijd om wat info door te sturen i.v.m. onze volgende wandel-zoektocht, TIENEN.

In een mailtje hebben jullie al wat voorbereidende informatie doorgeseind gekregen.

Via dit blog wil ik - af en toe - wat extra wetenswaardigheden doorgeven, om het verlangen naar deelname wat aan te wakkeren!

En daar gaan we dan...


Het grote en prachtige marktplein van Tienen herinnert aan de vroegere grootheid van de stad.
De kerk van O.-L.-Vrouw-ten-Poel op deze markt heeft in het ontstaan van de Brabantse gotiek een zeer belangrijke rol gespeeld als leerschool voor een aantal Brabantse architecten uit de 14de en 15de eeuw (Sulpitius van Vorst, Jan Keldermans, Matheus de Layens, …)


Tienen is van oudsher een belangrijk marktcentrum op de grens van Haspengouw & Hageland.
De Grote Markt is de op twee na grootste van het land. Alleen Sint-Niklaas en Sint-Truiden scoren beter! (Zou dat aan de 'Sint' liggen?)
In het stedelijk museum 'Het Toreke' (vlak bij de markt) verneemt u er alles over.


 De stad heeft ook de grootste suikerraffinaderij van het land (1836).


Oorsprong van Tienen:

In de VIIIste eeuw lag op een heuvel (de Germanusberg – de huidige Veemarkt) een belangrijke hoeve, Villa de Thuinae genoemd. Vermoedelijk moet Tienen toen reeds bestaan hebben. Deze villa nam in het begin van de IXde eeuw enige uitbreiding. Toen bouwden de benedictijnen van St.-Germain-des-Prés uit Parijs er een romaans kerkje en een klein klooster. De invloed van deze monniken heeft ruimschoots bijgedragen tot de verdere ontwikkeling van de landhoeve.
De ligging langs de grote handelsweg St.-Truiden – Leuven was zeer voordelig, zodat meerdere handelaars zich rondom de berg vestigden. De Germanusberg werd stilaan het centrum van een groeiend stadje.

Maar later meer hieromtrent.

Groetjes,

LeoPol





dinsdag 15 september 2015

Reglement zoektocht 2015

Reglement bij de zoektocht “TURNHOUT”          26 september 2015


Deze wandelzoektocht wil aan de hand van een beschrijvende tekst en een reeks vragen de deelnemers nader kennis laten maken met een stukje authentiek Turnhout.

In de routebeschrijving zitten geen vallen, zodat iedereen de weg van begin- tot eindpunt makkelijk moet kunnen vinden. Bij onvoorziene wegonderbrekingen of andere omstandigheden doen we beroep op je gezond verstand. De inrichters zijn niet verantwoordelijk voor gebeurlijke ongevallen.

Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters: Zon = zoN = ZON.
Het lettertype is onbelangrijk: woord = woord = woord .
Een tekst of woord tussen aanhalingstekens ( “ ….. ” ) in de vragen moet je kunnen lezen zoals het tussen de aanhalingstekens staat.
Zonder aanhalingstekens moet je van het betreffende woord een afbeelding (of een deel ervan) kunnen zien. (Een paardenkop staat dus ook voor een paard.)



Op alle vragen kan je het antwoord ter plaatse aflezen of, mits wat speurwerk, afleiden.



Als een antwoord ter plaatse kan afgelezen worden, wordt deze tekst als enig correct antwoord beschouwd (ook al is dit in tegenspraak met wat in de literatuur of op internet kan gevonden worden!).
Waar het antwoord ter plaatse af te lezen is, vragen we wel een ‘correcte’ schrijfwijze (zoals het ter plekke te lezen staat). Dus: thym ≠ thijm !



Jaartallen kunnen in alle vormen voorkomen: Romeinse cijfers (I, V, …), Arabische cijfers (1914…), afgekorte vormen (14 i.p.v. 1914…), enz…



De verkleinde cursieve teksten kan je, in geval van tijdnood, overslaan om later thuis te bestuderen.



Ook dit jaar zijn er geen schiftingsvragen in de tekst verwerkt. Bij gelijkheid van punten zal achteraf door de inrichter(s) een extra (pikante!?) vraag gesteld worden…



Maar deelnemen is belangrijker dan winnen…




LeoPol




© Paul Hendrickx, Leuvensebaan 147, 3220 Holsbeek.

woensdag 2 september 2015

Muggenblussers


Muggenblussers   (info: Henk De Koninck)

6 juni 1755. ‘t Is stikkens heet.
Brand! De toren van de Sint-Pieterskerk staat in brand!”
Alle weerbare mannen en ook de Bruine Paters (die toen dienst deden als brandweer!) zijn er met waterpomp en emmers, water en zand. Er wordt een lange rij gevormd en emmers worden doorgegeven, totdat ze het zien: het is een zwerm muggen. De toren brandt niet.
In de burgemeestersrekening van 1755 kan je lezen dat de herstelwerken aan het dak van de kerk 31 gulden en 13 stuivers bedroeg. De schade werd veroorzaakt door de overijverige “Muggenblussers”. Talrijke gedichten en publicaties verhalen smalend over deze ‘brand’. De spotnaam “muggenblussers” was geboren.


Eén van de vele gedichten hieromtrent...



Wie heeft er ooit het lied gehoord, het lied van Pater Bart?
Die volgde toen hij twintig werd, de roeping van zijn hart.
Het werken zei hem niet zoveel en vrijen evenmin
Dus stapte hij met fikse tred, een Turnhouts klooster in.
Zijn schoenen liet hij aan de deur, ze waren toch te groot
Daarbij, omwille van de geur, liet hij zijn tenen bloot.
Maar ze hadden daar sandalen staan, die kwamen goed van pas
Om hard te rennen door de tuin, als’t repetitie was.
Want als er brand was in de stad, een huis of een café
Was het paterskorps dat toen de blussingswerken dee.
Daarvoor moest hard worden getraind, met water en met spuit
En wie niet zo hard lopen kon, die vloog het klooster uit.
Maar Pater Bart leek vlug een kei, in mikken hoog en ver.
Heel Turnhout kende hem al vlug, hij werd een echte ster.
De kar, het paard, het blusgerief, hij had het bij de hand
En vuriger werd zijn gebed “Ach God, maak toch een brand!”
En ja, een avond zwoel en warm, Ding Dong! Daar klonk de bel
Er werden vlammen gesignaleerd, de vlammen woedde fel.
Den Bart schoot zijn sandalen aan en weg was heel de groep
Harop! Naar de Sint-Pieterskerk! Het volk stond op de stoep.
Ze wezen hoog en riepen maar “den toren staat in brand”
Vlug Paters blus heel dat geval, aan voor- en achterkant”
Maar Pater Bart, den slimste thuis riep toen “Och God Och God!
Zien jullie niet .. er is geen brand, wie houdt ons voor de zot?”
Toen zagen alle and’ren pas, een muggenzwerm heel dicht
Die hoog tegen de toren hing, in’t felle avondzonlicht.
En Ja, ‘t Was waar precies rook, precies gelijk een vuur
Zo straf scheen toen opeens de zon, op toren en op muur.
De Paters waren voor Jan Lul gekomen op de Markt.
De koster vond het een goei grap en lachte hard.
De dorpen hier ook in de buurt, hoorden van dit voorval vlug
En schoven wie van Turnhout is, een bijnaam in de rug.
En sinds die dag, zo wordt vermeld in boeken dik en zwaar
is ‘ muggenblussers’ onze naam, ‘t is echtentechtig waar!

Er zijn uiteraard meerdere bijnamen voor de Kempische Turnhoutenaren.
Het opzoeken waard!

Je "bink" LeoPol...



maandag 17 augustus 2015

Markt Turnhout

Beste bloggers,



Eindelijk... heb ik het gat in de markt gevonden!

Te Turnhout natuurlijk, na heel wat speuren.







En nu ga ik nog verder op zoek naar bruikbaar materiaal voor de nakende zoektocht.


Groetjes en tot later.

LeoPol






zaterdag 15 augustus 2015

Corbeels: speelkaarten in Turnhout

Hallo bloggerfans,

Een beetje geschiedenis i.v.m. de grondlegger van de speelkaartenindustrie in Turnhout.
En hoe het verder verliep. Ook in de zoektocht vind je enkele aanwijzingen...



Doordat Corbeels in 1798 ging strijden tegen de Fransen kwam de zorg voor de drukkerij op de schouders van zijn leerjongen, P.J. Brepols, terecht. Corbeels werd gevangen genomen en gefusilleerd op 21 juni 1799. De weduwe van Corbeels hield de zaak nog slechts een korte tijd, vanaf 1800 nam Brepols geleidelijk aan het huis en de inboedel over. Hij huwde op 1 maart 1800 Jeanne Caluwaerts.
Brepols ontpopte zich als een succesvol zakenman. Na korte tijd werd aan de drukkerij ook een winkel en papierhandel toegevoegd, nog iets later een boekbinderij. Hij handelde aanvankelijk ook in de meest uiteenlopende dingen, van lederwaren tot hoeden. Deze activiteiten vielen in 1843 weg. Aangezien de grafische nijverheid in Turnhout nog jong was moest hij zijn toevlucht nemen tot ervaren vaklui van buiten de streek. De eerste jaren werden vooral religieuze werken en schoolboekjes gedrukt. Maar niet alles wat de naam van Brepols draagt is ook op zijn persen gedrukt. Bekend is dat hij boeken aankocht waar hij dan zelf een nieuwe titelpagina met zijn naam op overplakte. Ook gaf hij opdracht aan andere drukkers een aantal exemplaren te drukken die zijn naam droegen. De kinderprenten of ‘mannekensbladen’ werden toen nog bij andere drukkerijen aangekocht, voornamelijk Le Tellier in Lier. Deze nam hij in 1817 volledig over en met de zo verworven houtblokken drukte hij zijn eerste eigen kinderprenten. Speelkaarten kwamen toen nog uit Antwerpen, Brussel en voornamelijk Dinant. Vanaf 1826 drukte Brepols ook deze zelf. Al snel waren de rollen omgekeerd en kochten zijn concurrenten speelkaarten bij hem om deze verder te verkopen. Ook de fabricage van geverfd papier, fantasie–, marokijn– en marmerpapier werd aangevat. Het dan nog vrij jonge procédé van de steendruk werd bij Brepols binnengehaald in 1829. Op 5 juli 1834 startte hij het eerste weekblad van de Kempen, het ‘Algemeen Aenkondigingsblad’, dat tot 1875 bij Brepols zou worden gedrukt.
In 1820 was Brepols’ enige dochter, Antoinette, in het huwelijk getreden met Jan Jozef Dierckx, een voorname tijkhandelaar. Door de onafhankelijkheid van België in 1830 stokte de handel met Nederland, dat als ‘de vijand’ werd aanzien.
In een omzendbrief van 4 mei 1835 deelde Brepols mee dat hij zich had geassocieerd met zijn schoonzoon onder de naam Brepols & Dierckx zoon. Toch was de samenwerking reeds twee jaar eerder begonnen. Brepols’ hoofdklerk J.E. Glénisson en P.F. Wellens keerden rond die periode het bedrijf de rug toe. Elk begonnen ze hun eigen fabriek en werden rechtstreekse concurrenten van Brepols.
Op 3 januari 1845 overleed P.J. Brepols en het bedrijf kwam in handen van dochter Antoinette, inmiddels weduwe geworden. In de uitoefening van haar taak liet ze zich bijstaan door Stefan Splichal, die zich voornamelijk bezighield met de uitgave van het weekblad. In 1853 plaatste men de eerste stoommachine. De zoon van Antoinette, Jan Willem Dierckx, huwde in 1860 met Josephina Frederika Dessauer, dochter van de eigenaar van een zeer belangrijk bedrijf in sierpapieren in Aschaffenburg. De broer van Josephina kwam een tijdlang de productie hiervan bij Brepols verbeteren. In 1866 overleed Jan Willem en hierdoor kwam Josephina Dessauer aan het hoofd van het bedrijf te staan. In 1868 trad ze opnieuw in het huwelijk, dit keer met ingenieur Arthur Dufour. Deze hield zich echter niet in met de zaken van zijn vrouw. Haar zoon, baron François du Four (ondertussen was de schrijfwijze van de familienaam veranderd) nam rond de eeuwwisseling de zaak van zijn moeder over. Het bedrijf was inmiddels uitgegroeid tot de grootste in zijn soort en had meer dan duizend werknemers in dienst.
In 1911 werd het bedrijf omgevormd tot een naamloze vennootschap ‘N.V. Etablissementen Brepols’ en Jhr Fr. du Four werd voorzitter van de Raad van Beheer. In 1913 en 1930 werden de gebouwen nogmaals vergroot, voordien waren nieuwe gebouwen opgericht in 1887 en 1890 in de Papenstraat.
Begin 1921 werd een nieuwe afdeling opgericht van behangselpapieren. In 1929 bedroeg de productie hiervan zes miljoen rollen. Door de douanebeperkingen in Engeland en Frankrijk werd in 1932 in Halluin (Frankrijk) de ‘Société Française des Papiers Brepols’ opgericht om deze markt niet te verliezen.
In 1945 volgde baron Jean du Four zijn overleden vader op als voorzitter van de Raad van Beheer. Het gestreken fantasiepapier werd in 1960 ondergebracht in een nieuw bedrijf, N.V. Copa, waarin drie Turnhoutse bedrijven fusioneerden. In 1967 werd dit dan weer mee overgenomen in het nieuw opgerichte bedrijf ‘N.V. Turpa’, een samengaan van de afdelingen van gekleurd papier van Biermans, Van Genechten en Copa. In 1970 brachten de Turnhoutse speelkaartfabrikanten hun kennis samen en richtten ‘Carta Mundi’ op.
Meer en meer werd er gedrukt en gebonden voor derden, dit als oplossing voor de grote terugval in kerkboeken door het Tweede Vaticaans Concilie. De ligging van de gebouwen in het centrum van de stad was niet langer verantwoord. Een terrein van 7 hectare werd aangekocht op het industrieterrein en de eerste bouwfase ging van start in juni 1969. In 1971 trad baron Louis de Cartier de Marchienne in functie als voorzitter van de Raad van Beheer. Onder zijn leiding werd in 1973 de tweede fase van de werken voltooid zodat in 1974 de gebouwen volledig in gebruik werden genomen.
De gebouwen werden verder uitgebreid in 1989. In 2003 vroegen twee vennootschappen van de groep het concordaat aan, de schuldenlast was niet langer houdbaar. Begin 2005 is er niet veel meer dat nog rest van het vroegere Brepols. De uitgeverij en een gedeelte van de binderij blijven in afzonderlijke bedrijven bestaan, de drukkerij en een deel van de binderij is volledig opgegeven. Het personeelsbestand is teruggebracht naar 220 werknemers terwijl dit op de top van hun roem bijna 2000 bedroeg. Toch ziet het bedrijf de toekomst rooskleurig in.

Turnhout blijft vooral wereldleider wat 'speelkaarten' betreft.


Groetjes.

LeoPol