dinsdag 17 mei 2016

Extra geschiedenis Tienen

Beste zoektochters en aanverwanten,


Even een korte aanvulling van het geschiedkundig verleden van Tienen.

Archeologische vondsten op het Grijpenveld, waaronder een tempel ter ere van de oosterse god Mithras, tonen aan dat Tienen in de Romeinse tijd bewoond was.
Onder de Franken bevond het centrum zich in de huidige stationswijk en omstreeks 1380 vormde de huidige Veemarkt de kern van Tienen.
Na 1635 (bekend als de 'Tiense Furie') verschoof dit centrum naar de huidige Grote Markt.
En het stadhuis veranderde van vestiging in 1711.

Tienen heeft voor zijn ontwikkeling veel te danken aan 'Lambrecht I met de Baard', die het in 1013 bij het graafschap Leuven inlijfde.

Begin 12de eeuw verwierf Tienen het stadsrecht en omstreeks 1250 was het de hoofdplaats van een meierij.

In de middeleeuwen bloeiden hier de wolnijverheid en de lakenhandel.

Maar in de 17de eeuw leed de stad zwaar onder de Franse en Hollandse aanvallen tegen de Spanjaarden (zie de gewelddaden van 1635).

In de 19de eeuw luidde de oprichting van drie suikerfabrieken een periode van nieuwe welvaart in.

Groetjes,

LeoPol


donderdag 14 april 2016

Tiense streekproducten


Hierbij enkele van de vele Tiense streekproducten:

Tattepoem

De enige echte onvervalste Tiense ‘tattepoem’ is een voorbeeld van huisvlijt van weleer. Bij het taartenbakken gooiden de zuinige huismoeders het laatste restjes deeg niet graag weg en van deze deegrestjes werden ovale deegflappen gemaakt die werden gevuld met appelmoes (‘appelspèès’) en op kermisdagen werden er ook nog rozijnen aan toegevoegd. De deegflappen werden gesloten, bestreken met eigeel met wat water of melk, bestrooid met suiker (we zijn nu eenmaal Tienenaars) en in de laatste warmte van de oven’ croustillant’ gebakken.

Toteman


Het kerstbrood dat sinds eeuwen in Tienen wordt gemaakt (en vroeger op kerstavond werd gegeten) is een ‘toteman’; een rijk, wit krentenbrood met twee ‘toten’ (deuken of bulten) dat de vorm heeft van het ingebusselde kerstekind. Vroeger zat er als versiering in het midden van een ‘toteman’ een platte, ronde schijf uit pijpsteenaarde. Het uitdelen van totemannen bestaat in Tienen al lang. In 1551 maakte de toenmalige pastoor in het Begijnhof zijn beklag dat hij geen toteman met Kerstmis had gekregen.

SMAKELIJK

LeoPol


maandag 21 maart 2016

stadspark Tienen

Beste lezers,

Hoog tijd om nog wat informatie over Tienen door te sturen en even de aandacht te vestigen op het stadspark te Tienen. Het ligt vlak bij het centrum, maar maakt geen onderdeel uit van onze zoektocht.

Toch is het interessant om - vooral - even naar het verleden, de voorgeschiedenis van het huidige park te peilen.

Oorspronkelijk maakte het domein van het huidige stadspark in Tienen deel uit van het Danebroek-klooster. Tijdens de Franse Revolutie werden de kloostergebouwen, de tuin, de boerderij, de weiden en de boomgaard als nationaal goed verkocht. Bij het begin van de 19de eeuw werd in de voormalige boomgaard een laat-classicistische herenwoning opgetrokken. In de jaren dertig van de 19de eeuw kwam het huis met aanhorigheden in handen van de familie Van den Bossche-Loyaerts, een ondernemersgeslacht dat mede aan de basis lag van de Tiense suikerindustrie. 
In de voormalige kloostertuin kwam een belangrijke plantenverzameling tot stand, de Hortus Thenensis. Na WO II werd het goed overgedragen aan de stad Tienen. De plantentuin vormde de basis van het huidige stadspark.

Honderdtwintig jaar geleden verscheen de "Hortus Thenensis", een inventaris van de plantencollectie in het Tiense stadspark. Dit privé eigendom, verbonden met de suikerbaronnen, was oorspronkelijk veel omvangrijker dan het huidige park.



De Inventaris Onroerend Erfgoed gaat zeer uitgebreid in op het stadspark: "Het overblijfsel van de botanische privétuin die in 1886-1910 werd aangelegd bij een neoclassicistisch herenhuis uit het begin van de 19de eeuw. Van de 700 winterharde houtige soorten en variëteiten die rond 1900 werden aangetroffen, heeft ongeveer een tiende de eeuw overleefd. Het huidige stadspark van Tienen is een flauwe maar nog herkenbare afstraling van de 'Hortus Thenensis', zoals Van den Bossche zijn plantentuin noemde."
Tussen 1895 en 1900 was Van den Bossche senator voor de katholieke partij in het arrondissement Leuven. Bovendien was hij bedrijfsleider van de Tiense suikerfabriek P.P. Van den Bossche frères et Janssens. In 1893 publiceerde hij de eerste catalogus van de plantenverza­me­ling in Tienen. De "Hortus Thenen­sis" telde op dat ogenblik 1.320 soorten. Twee jaar later kwam men op circa 3.500 verschillende variëteiten. Leon Van den Bossche had een opper­vlakte van 1 hectare 17 are geërfd. Nadien kocht hij percelen bij aan de Broekstraat, Daneboekstraat en Delportestraat. Bij zijn dood in 1911 liet Van den Bossche 2 hectare 42 are na. Zijn erfgenamen verkochten het goed in 1923 aan de Société Anonyme La Raffinerie Tirlemontoise.
Een nieuwe inventaris in 1991 leerde dat er nog 78 soor­ten te vinden zijn in het stadspark. Allicht waren die er ook al in de gloriejaren, toen de "Hortus Thenensis" de vergelijking met de Nationale Plantentuin doorstond. 
Bron: inventaris onroerend erfgoed.

LeoPol

zaterdag 13 februari 2016

Tienen: spotnaam en dialect

Hallo kwèèkers en aanverwanten:


Hierbij enige info over de spotnaam van de Tienenaars en de eerste stappen in het (moeilijke) Tiense dialect...


SPOTNAAM:

De spotnaam voor de inwoners van Tienen luidt: 'Tiense Kwèèkers'.

Deze spotnaam zou ontleend zijn aan een verhaal (waar of niet waar?) dat in “L'étoile Belge” van 31 mei 1885 werd gepubliceerd. Met het nodige voorbehoud dus...

Vroeger was het de gewoonte om tijdens de Pinksterviering in de kerk een witte duif los te laten als symbool voor de Heilige Geest. Maar in dat jaar vond de koster geen witte duif. Hij besloot dan maar om een jonge eend te laten vliegen vanaf het doksaal. Een tamme eend kan echter niet vliegen en naar verluid zou het dier luid kwakend de misviering hebben verstoord...

Aanleiding genoeg om de Tienenaars (die bovendien de Heilige Geest vergeleken met een eend) vanaf dan 'Tiense Kwèèkers' te noemen.



En dan de eerste les 'Tiens dialect'!

Tienen, mén saaikerzujte schoeën stad!
Bé heur toures, heur haaze èn heur minse,
'ch hèm ter altêêd en boeënke veur g'had.
Béëter kan ich mich – ècht wooër – ni winse!

(Luc Lambrecht – redactie “welkom in Tienen”)


(Merk je ook wat Limburgs in dit dialect?)

Zoete groetjes,

LeoPol




maandag 1 februari 2016

Zoektocht september 2016.


Hallo fanatieke zoektochters,


Hoog tijd om wat info door te sturen i.v.m. onze volgende wandel-zoektocht, TIENEN.

In een mailtje hebben jullie al wat voorbereidende informatie doorgeseind gekregen.

Via dit blog wil ik - af en toe - wat extra wetenswaardigheden doorgeven, om het verlangen naar deelname wat aan te wakkeren!

En daar gaan we dan...


Het grote en prachtige marktplein van Tienen herinnert aan de vroegere grootheid van de stad.
De kerk van O.-L.-Vrouw-ten-Poel op deze markt heeft in het ontstaan van de Brabantse gotiek een zeer belangrijke rol gespeeld als leerschool voor een aantal Brabantse architecten uit de 14de en 15de eeuw (Sulpitius van Vorst, Jan Keldermans, Matheus de Layens, …)


Tienen is van oudsher een belangrijk marktcentrum op de grens van Haspengouw & Hageland.
De Grote Markt is de op twee na grootste van het land. Alleen Sint-Niklaas en Sint-Truiden scoren beter! (Zou dat aan de 'Sint' liggen?)
In het stedelijk museum 'Het Toreke' (vlak bij de markt) verneemt u er alles over.


 De stad heeft ook de grootste suikerraffinaderij van het land (1836).


Oorsprong van Tienen:

In de VIIIste eeuw lag op een heuvel (de Germanusberg – de huidige Veemarkt) een belangrijke hoeve, Villa de Thuinae genoemd. Vermoedelijk moet Tienen toen reeds bestaan hebben. Deze villa nam in het begin van de IXde eeuw enige uitbreiding. Toen bouwden de benedictijnen van St.-Germain-des-Prés uit Parijs er een romaans kerkje en een klein klooster. De invloed van deze monniken heeft ruimschoots bijgedragen tot de verdere ontwikkeling van de landhoeve.
De ligging langs de grote handelsweg St.-Truiden – Leuven was zeer voordelig, zodat meerdere handelaars zich rondom de berg vestigden. De Germanusberg werd stilaan het centrum van een groeiend stadje.

Maar later meer hieromtrent.

Groetjes,

LeoPol





dinsdag 15 september 2015

Reglement zoektocht 2015

Reglement bij de zoektocht “TURNHOUT”          26 september 2015


Deze wandelzoektocht wil aan de hand van een beschrijvende tekst en een reeks vragen de deelnemers nader kennis laten maken met een stukje authentiek Turnhout.

In de routebeschrijving zitten geen vallen, zodat iedereen de weg van begin- tot eindpunt makkelijk moet kunnen vinden. Bij onvoorziene wegonderbrekingen of andere omstandigheden doen we beroep op je gezond verstand. De inrichters zijn niet verantwoordelijk voor gebeurlijke ongevallen.

Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters: Zon = zoN = ZON.
Het lettertype is onbelangrijk: woord = woord = woord .
Een tekst of woord tussen aanhalingstekens ( “ ….. ” ) in de vragen moet je kunnen lezen zoals het tussen de aanhalingstekens staat.
Zonder aanhalingstekens moet je van het betreffende woord een afbeelding (of een deel ervan) kunnen zien. (Een paardenkop staat dus ook voor een paard.)



Op alle vragen kan je het antwoord ter plaatse aflezen of, mits wat speurwerk, afleiden.



Als een antwoord ter plaatse kan afgelezen worden, wordt deze tekst als enig correct antwoord beschouwd (ook al is dit in tegenspraak met wat in de literatuur of op internet kan gevonden worden!).
Waar het antwoord ter plaatse af te lezen is, vragen we wel een ‘correcte’ schrijfwijze (zoals het ter plekke te lezen staat). Dus: thym ≠ thijm !



Jaartallen kunnen in alle vormen voorkomen: Romeinse cijfers (I, V, …), Arabische cijfers (1914…), afgekorte vormen (14 i.p.v. 1914…), enz…



De verkleinde cursieve teksten kan je, in geval van tijdnood, overslaan om later thuis te bestuderen.



Ook dit jaar zijn er geen schiftingsvragen in de tekst verwerkt. Bij gelijkheid van punten zal achteraf door de inrichter(s) een extra (pikante!?) vraag gesteld worden…



Maar deelnemen is belangrijker dan winnen…




LeoPol




© Paul Hendrickx, Leuvensebaan 147, 3220 Holsbeek.

woensdag 2 september 2015

Muggenblussers


Muggenblussers   (info: Henk De Koninck)

6 juni 1755. ‘t Is stikkens heet.
Brand! De toren van de Sint-Pieterskerk staat in brand!”
Alle weerbare mannen en ook de Bruine Paters (die toen dienst deden als brandweer!) zijn er met waterpomp en emmers, water en zand. Er wordt een lange rij gevormd en emmers worden doorgegeven, totdat ze het zien: het is een zwerm muggen. De toren brandt niet.
In de burgemeestersrekening van 1755 kan je lezen dat de herstelwerken aan het dak van de kerk 31 gulden en 13 stuivers bedroeg. De schade werd veroorzaakt door de overijverige “Muggenblussers”. Talrijke gedichten en publicaties verhalen smalend over deze ‘brand’. De spotnaam “muggenblussers” was geboren.


Eén van de vele gedichten hieromtrent...



Wie heeft er ooit het lied gehoord, het lied van Pater Bart?
Die volgde toen hij twintig werd, de roeping van zijn hart.
Het werken zei hem niet zoveel en vrijen evenmin
Dus stapte hij met fikse tred, een Turnhouts klooster in.
Zijn schoenen liet hij aan de deur, ze waren toch te groot
Daarbij, omwille van de geur, liet hij zijn tenen bloot.
Maar ze hadden daar sandalen staan, die kwamen goed van pas
Om hard te rennen door de tuin, als’t repetitie was.
Want als er brand was in de stad, een huis of een café
Was het paterskorps dat toen de blussingswerken dee.
Daarvoor moest hard worden getraind, met water en met spuit
En wie niet zo hard lopen kon, die vloog het klooster uit.
Maar Pater Bart leek vlug een kei, in mikken hoog en ver.
Heel Turnhout kende hem al vlug, hij werd een echte ster.
De kar, het paard, het blusgerief, hij had het bij de hand
En vuriger werd zijn gebed “Ach God, maak toch een brand!”
En ja, een avond zwoel en warm, Ding Dong! Daar klonk de bel
Er werden vlammen gesignaleerd, de vlammen woedde fel.
Den Bart schoot zijn sandalen aan en weg was heel de groep
Harop! Naar de Sint-Pieterskerk! Het volk stond op de stoep.
Ze wezen hoog en riepen maar “den toren staat in brand”
Vlug Paters blus heel dat geval, aan voor- en achterkant”
Maar Pater Bart, den slimste thuis riep toen “Och God Och God!
Zien jullie niet .. er is geen brand, wie houdt ons voor de zot?”
Toen zagen alle and’ren pas, een muggenzwerm heel dicht
Die hoog tegen de toren hing, in’t felle avondzonlicht.
En Ja, ‘t Was waar precies rook, precies gelijk een vuur
Zo straf scheen toen opeens de zon, op toren en op muur.
De Paters waren voor Jan Lul gekomen op de Markt.
De koster vond het een goei grap en lachte hard.
De dorpen hier ook in de buurt, hoorden van dit voorval vlug
En schoven wie van Turnhout is, een bijnaam in de rug.
En sinds die dag, zo wordt vermeld in boeken dik en zwaar
is ‘ muggenblussers’ onze naam, ‘t is echtentechtig waar!

Er zijn uiteraard meerdere bijnamen voor de Kempische Turnhoutenaren.
Het opzoeken waard!

Je "bink" LeoPol...