Een hele tijd geen nieuws op ons blog.
Andere zorgen waren aan de orde.
Zie het overlijdensbericht hieronder.
Laat je tranen maar vloeien,
ik begrijp je verdriet
zoek troost in het feit dat ik jou heel graag zie.
MEVROUW
Arlette BERVOETS
echtgenote van Jan Hendrickx
geboren te Nieuwpoort op 5 maart 1953 en overleden te Leuven
in het UZ Sint-Pieter op 7 augustus 2012.
De afscheidsplechtigheid, waartoe wij u uitnodigen,
zal plaatshebben in de aula van Begrafenissen Pues,
Eikestraat 2 te Winksele-Delle
op dinsdag 14 augustus 2012 om 11.30 uur.
Samenkomst en gelegenheid tot groeten
in de aula vanaf 11.10 uur.
Nadien volgt de crematie in intieme kring en krijgt ze
een laatste rustplaats in haar mooie tuin.
Dit melden u met veel verdriet:
Jan Hendrickx haar echtgenoot
Sandra en Dieter De Crée - Smeys en Gitte
Sandy en Steve De Crée - Verstreken en haar kinderen
Haar broers, zussen, schoonbroers, schoonzussen,
tantes, nonkels, neven en nichten.
De families Bervoets en Hendrickx.
Met dank aan iedereen die ons moeke liefdevol bijgestaan heeft.
Rouwadres:
Neerstraat 138, 3150 Wespelaar
Begr. PUES 016 - 60 15 06 condoleren: www.pues.be
LeoPol
maandag 13 augustus 2012
vrijdag 6 juli 2012
Roversbenden
Eindelijk weer wat nieuws onder de zon...
En dit heeft ook met Aalst te maken, met name "de bende van Jan De Lichte".
Maar hierover meer in een volgende aflevering.
Eerst een beetje warm stomen met een zestal bekende (of voor sommigen minder bekende) "roversbenden in Vlaanderen".
1.
Volgens het volksgeloof
waren de Bokkenrijders geesten, die op bokken door de lucht reden. Van
dit volksgeloof maakte een bende gauwdieven en inbrekers in met name
Zuid-Limburg gebruik, om de bevolking te beangstigen.[1]
Deze laatstgenoemde Bokkenrijders waren een bende rovers die in de 18e eeuw de Landen van Overmaas (het tegenwoordige
Nederlands Zuid-Limburg, Belgische Voerstreek en Land van Herve) evenals de
regio rond Luik, de gebieden vlak over de Duitse grens
en de Kempen onveilig maakten. De strooptochten waren
over het algemeen gericht tegen boerderijen en pastorieën.
2.
Ludovicus Baekelandt of Lodewijk Baekelandt (Lendelede, 17 januari
1774 - Brugge, 2 november
1803) was een Vlaamse roversbendeleider.Baekelandt werd geboren in de Stinkputten te Lendelede, uit een incestueuze verhouding tussen Carolus Baekelandt en diens stiefdochter Anna-Maria De Jaegere. Hij werd op zesjarige leeftijd (een jaar na het overlijden van zijn vader) uitbesteed bij boeren uit de streek. Op jonge leeftijd verliet hij de ouderlijke woonst, en tijdens zijn zoektocht naar een makkelijke manier om geld te verdienen, ontmoette hij Mattheus Danneel. Baekelandt trok in bij Danneel en samen smeedden ze plannen om door te stelen en te roven in hun levensonderhoud te voorzien.
In 1799, een jaar na de afkondiging van de bloedwet, ging Baekelandt als vervanger het Franse leger in. Dit deed hij omdat hij er geld voor kreeg omdat hij daar vrijwillig was. Hij dacht dat hij er op een gemakkelijke manier geld kon krijgen, maar al snel kreeg hij problemen met de militaire tucht en orde. Twee jaar daarna, in 1801, deserteerde hij, tijdens een veldtocht naar Oostenrijk, in Luxemburg.
Hij ging zich verstoppen in Het Vrijbos van Houthulst, waar nog andere deserteurs zaten. Ze leefden diep in het bos, waar het bijna ontoegankelijk was. Daar werden de meeste schanddaden voorbereid, en de buit verborgen. Baekelandt werd leider van de bende die 33 leden telde: 25 mannen en 8 vrouwen.
Baekelandt en zijn bende hadden het vooral voor eten, geld, juwelen en kleding. Ze werden op 19 maart 1802 gevangengenomen voor 22 misdrijven als struikroverij, diefstallen met inbraak en roofmoord. Ze werden gevangengezet in de kelder van het Brugse Vrije op de burg in Brugge.
Op 3 augustus 1802 ging onder massale belangstelling het proces van start in het Brugse gerechtshof. Meer dan honderd getuigen spraken in het nadeel van Baekelandt. Toen op 6 december 1802 het proces afgelopen was had de jury 590 vragen beantwoord. Het vonnis was hard: 21 mannen en 3 vrouwen kregen de doodstraf door onthoofding op het schavot. Anderen werden veroordeeld tot 16 jaar ijzers en anderen 16 jaar tuchthuis.
Op 2 november 1803 werd Baekelandt, samen met zijn kompanen, op de grote markt van Brugge geleid. De ter dood veroordeelden droegen een rood hemd en hun handen waren aan de rug gebonden.
3.
Het einde van de "Bende van Adegem".
Beide heren haastten zich rechtstreeks naar de woning van Naudts' broer, gelegen aan de Oude Weg, niet ver van de spoorlijn. Kamiel Naudts, de broer van Alfons, schrok niet weinig toen hij beide spitsbroeders zo op hun gemak zijn woning zag binnenkomen, ze werden immers opgespoord door zowat het hele politiekorps omwille van hun vele en gevarieerde misdaden : roof, diefstal, plundering, bendevorming en ... moord.
In ruil voor zijn eigen leven en dat van zijn gezin verschafte Kamiel de twee onderdak en gaf hen te eten. Toch slaagde hij er ongemerkt in veldwachter Cauwels te verwittigen.
Mercy en Naudts waren immers naar Adegem afgezakt om wraak te nemen op veldwachter Cauwels en agent Doom. Beide heren waren de mening toegedaan dat al het onheil dat hen de laatste maanden was overkomen enkel en alleen kon toegeschreven worden aan deze twee Adegemse "dienders".
Cauwels liet er geen gras over groeien en verwittigde alle politieposten en rijkswachtkazernes uit de hele omtrek. Het hele Meetjesland stond in rep en roer: van alle kanten fietsten rijkswachters naar Adegem waar het huisje van Kamiel Naudts dan ook rond 7 uur volledig omsingeld was. Familieleden en buren werden in de grootste stilte van hun bed gelicht en naar veiliger oorden overgebracht.
De belegering kon beginnen.
Even na zeven uur werden de booswichten gesommeerd zich maar zo vlug mogelijk over te geven. Dit werd op hoongelach onthaald "Wilt ge ons hebben, kom ons dan halen", riepen ze uitdagend terug. Enkele revolverschoten, gevolgd door knetterend geweervuur van de gendarmes startten een lange dag vol gevaren.
Enkele uren later probeerden procureur Vander Straeten en officier Van Volsem het schuurtje waar beide booswichten zich hadden verschanst binnen te dringen. Een regen van kogels floot hen echter om de oren zodat ze zich onverrichterzake moesten terugtrekken.
Ondertussen had zich reeds een massa nieuwsgierigen om en rond de plaats van het gebeuren verzameld zodat de aanwezige rijkswachters meer werk hadden met het opdringerige publiek dan met de beide bandieten. Niemand was zich van enig gevaar bewust.
Verdere sommaties tot overgave sorteerden geen enkel effect. Door de gerechtelijke diensten werd koortsachtig gezocht naar een oplossing. Ondertussen waren de politiekorpsen van Eeklo en Maldegem ook ter plaatse en ook de Eeklose brandweer kwam opdagen. Gendarmen uit Gent waren op komst met handgranaten en mitrailleurs. Het was ondertussen namiddag geworden. Een loeiende wind en onophoudelijk neerplensende regen maakten alles niet gemakkelijker. Ten einde raad besloot Vander Straeten het schuurtje waar de twee belegerden zich bevonden in brand te laten steken en de heren uit te roken. Tot vijfmaal toe mislukte de brandstichting. Eindelijk ging het gebouwtje dan toch in de vlammen op. Vergenoegd wreef men zich reeds in de handen, dra zouden de boeven hen als rijpe appelen in de handen vallen.
Helaas! Mercy en Naudts hadden zich weten toegang te verschaffen tot het woonhuis! Toen er door een venster opnieuw naar de rijkswachters werd geschoten wist iedereen meteen hoe laat het was.
Bevel werd gegeven om ook het woonhuis in brand te steken. Tussen de rook door zag men de bandieten her en der proberen zich voor de vlammen in veiligheid te brengen. Opeens kreeg agent De Leeuw Mercy in het vizier, legde aan en Mercy zeeg neer. Plots werd het stil. Het brandende huisje werd bestormd Oscar Mercy lag zieltogend aan de deur, door twee kogels getroffen: "Het schuim stand hem op den mond, de ogen puilden uit hunne kassen".
Enkele ogenblikken later overleed hij. Naudts, bedwelmd door de rook, mankeerde verder niets: onder gejouw en getier werd hij in de wagen van mijnheer Standaert uit Balgerhoeke naar de Gentse Nieuwe Wandeling overgebracht. Aan het Adegemse inferno was een tragisch einde gekomen, het "Fort Chabrol" kon de legende ingaan en de "Bende van Adegem" maakte Adegem doorheen heel Vlaanderen bekend!
4.
PUTTE - Flor Van
Vlasselaer publiceerde voor het jaarboek van de heemkundige kring 't Molenijzer
een historiek over de bende Nauwelaerts die na de Eerste Wereldoorlog vier jaar
lang de regio onveilig maakte door overvallen, diefstallen en moord.
De bende Nauwelaerts was een samenraapsel
van drie bendes met aan het hoofd Martinus Nauwelaerts. Er waren de bende
'Lender', de bende 'Bens' en de bende van Nauwelaerts of 'De Witte van den Do'
zelf.
'Je moet het kaderen in de periode net na de Eerste Wereldoorlog', vertel Flor Van Vlasselaer die zich liet inspireren door de voorpagina van het Handelsblad van 19/10/1924 waarin de misdaden van de bende paginagroot werden afgedrukt.
'Door een tekort aan zowat alles, vooral voedingsproducten, gingen sommige mensen het halen waar het te halen viel. Vooral op het platteland waar geen controle was. Het begon met kleine diefstallen zoals aardappelen, kippen, varkens en eindigde met beroving en overvallen met geweld, waarbij af en toe ook een dode viel.'
Vanaf 1918 tot 1922 zaaide de bende tot ver buiten de provincie Antwerpen angst en leed onder de burgerbevolking. Maar nogal wat misdadigers kwamen uit Putte, Keerbergen, Koninkshooikt of Berlaar.
In gerechtelijke kringen probeerde men alle middelen uit om de schurken te pakken. 21 misdadigers werden opgepakt. Twee ontsnapten aan een veroordeling: een was krankzinnig en de ander kon men niet grijpen.
'Je moet het kaderen in de periode net na de Eerste Wereldoorlog', vertel Flor Van Vlasselaer die zich liet inspireren door de voorpagina van het Handelsblad van 19/10/1924 waarin de misdaden van de bende paginagroot werden afgedrukt.
'Door een tekort aan zowat alles, vooral voedingsproducten, gingen sommige mensen het halen waar het te halen viel. Vooral op het platteland waar geen controle was. Het begon met kleine diefstallen zoals aardappelen, kippen, varkens en eindigde met beroving en overvallen met geweld, waarbij af en toe ook een dode viel.'
Vanaf 1918 tot 1922 zaaide de bende tot ver buiten de provincie Antwerpen angst en leed onder de burgerbevolking. Maar nogal wat misdadigers kwamen uit Putte, Keerbergen, Koninkshooikt of Berlaar.
In gerechtelijke kringen probeerde men alle middelen uit om de schurken te pakken. 21 misdadigers werden opgepakt. Twee ontsnapten aan een veroordeling: een was krankzinnig en de ander kon men niet grijpen.
Op 19 februari 1925 begon in het assisenhof van Antwerpen het beruchtste proces dat er voor die tijd had plaatsgevonden. De bandieten werden met twee grote celwagens naar het gerecht gebracht. Elke wagen was omgeven door een tiental gendarmen.
Martinus Nauwelaerts die 90 misdaden, waaronder 48 berovingen, 26 inbraken, 9 gewone diefstallen, 2 moorden en 3 moordpogingen op zijn geweten had, werd ter dood veroordeeld. Ook bendeleider Bens en twee anderen kregen de doodstraf. Anderen kregen levenslange opsluiting of dwangarbeid. Slechts drie bendeleden werden vrijgesproken.
5.
De Bende van Pollet was een vier-koppige roversbende die in de jaren 1905 en 1906 talloze diefstallen en misdaden pleegde in Noord-Frankrijk. De bendeleden waren berucht om hun wreedheden en moorden. De bende bestond uit de 34-jarige Abel Pollet, zijn 37-jarige broer Auguste Pollet, beiden uit Hazebroek afkomstig, en nog twee andere medeplichtigen; Théophile Derro en Canut Vromant. Ze werden gearresteerd in 1906. Abel Pollet bekende meer dan 700 diefstallen en 4 geweldplegingen met dodelijke afloop. De bende pleegde onder meer de volgende feiten:
- Te Locon werd de 80-jarige Lenglemetz gewurgd en zijn wederhelft voor dood achtergelaten.
- Te Calonnes werd een 78-jarige gepensioneerde vermoord.
- Hun laatste moord vond plaats op 19 januari 1906 om half twaalf 's avonds bij de familie Lecocq te Violaines; het echtpaar van 81 jaar en hun dochter van 51 jaar werden op beestachtige wijze vermoord toen de bendeleden werden betrapt bij een inbraak.
6.
De Bende Van Hoe-Verstuyft was een roversbende die kort na de Eerste Wereldoorlog verschillende diefstallen en roofmoorden pleegde in de streek rond Gent en Brugge. De aanvoerders van de bende waren de broers René en Edmond Verstuyft, Raymond Van Hoe en Jefken den Oerenpoeper uit Melle.
Ontstaan
De bende ontstond in de nadagen van de Eerste Wereldoorlog. Het voedseltekort in de streek rond Gent zette aan tot smokkelen en diefstal. Samen met de vervormde moraal van de jonge mannen die terugkwamen van het front zorgde dit voor een goede voedingsbodem voor kleine en grote criminaliteit.De bende Van Hoe-Verstuyft ontstond in de herberg van Triphon Vandeputte op de Coupure in Gent. Hier leerden de bendeleden elkaar kennen, en kwamen ze regelmatig samen.
Werkwijze
De bende opereerde voornamelijk op het aangeven van tips. Een tipgever vertelde hen waar er geld of waardevolle goederen voorhanden waren, en vervolgens trokken zij daarheen. Tijdens de diefstallen lieten zij zich kenmerken door hun drieste werkwijze. Tegenstand of hulpgeroep werd meestal beantwoord met moord. Tijdens de 36 misdaden die de bende ten laste werden gelegd, werden dan ook 14 moorden gepleegd.En zo kunnen we nog lang doorgaan...
Jan De Lichte zijn bende komt volgende keer aan de beurt.
Daarmee zitten we opnieuw in Aalst. Dit wordt dan een opwarming voor onze volgende zoektocht.
Groetjes.
LeoPol
donderdag 7 juni 2012
Reflectie van Anton Van Wilderode over Aalst
Uit “Het
sierlijke bestaan van steden”: gedichten
van Anton Van Wilderode.
Die van
Aalst: een liedje.
Ruik je de lente
riek je de
Dender
geuren van
prilte
en van verval,-
Aalst
zienderogen
waaks en
bewogen,
nauwelijks
stilte
vóór Karnaval!
Zie je de zomer
boven de bomen
zachtere
klaarten
van overal,-
Aalst van de
blijde
festiviteiten
tenten en
taarten
van Karnaval!
Hoor je de
blinde
wind van de
winter
jachtsneeuw met
vlagen
en regenval,-
Aalst, voor
twaalf weken
eerlijk
bezweken,
aast op de dagen
van Karnaval!
In een volgende aflevering gaan we een heel andere (verrassende?) toer op.
Groetjes
LeoPol
woensdag 30 mei 2012
Denderend Aalst.
De Dender
ontspringt in Henegouwen en komt bij Geraardsbergen de provincie
Oost-Vlaanderen binnen. Ze stroomt langs Ninove en Aalst en komt in Dendermonde
in de Schelde uit. Nu is het geen belangrijke verkeersverbinding meer. Ook de
tijd dat talloze watermolens door haar in beweging werden gebracht, is voorbij.
Bovendien is de Dender nog steeds sterk vervuild (hoewel er pogingen zijn om
door waterzuiveringsstations dit euvel te verhelpen). Ze is nog steeds de snelst
stromende rivier van Vlaanderen. Afdalend van zuid naar noord zoekt deze rivier
een weg door het heuvelland, wat die snelle stroming verklaart.
De belangrijkste
stad aan de Dender is ontegensprekelijk Aalst.
In de volgende cursiefjes wil ik wat uitgebreider ingaan op wat Aalst ons te bieden heeft. Vooral wat in de latere zoektochttekst niet of minder uitgebreid aan bod zal (en kan) komen, krijgt in dit blog wat meer aandacht.
Af en toe surfen naar dit blog helpt je hopelijk om stilaan warm te lopen voor een uitgebreider bezoek aan Aalst. De zoektocht (in oktober) kan hierbij een nuttig hulpmiddel zijn.
Een voorsmaakje geeft ons stadsgids "Koen Liebaut". Een typische Aalsterse Ajuin is meer Brabander dan Oost-Vlaming. "Hij houdt van het leven, van feesten en lekker eten..."
Groetjes.
LeoPol
maandag 21 mei 2012
Zoektocht AALST.
Na een zeer lange winterslaap ben ik eindelijk weer wakker geschoten.
Tijd dus om de volgende zoektocht aan te kondigen. Het wordt de ajuinenstad Aalst en de datum ligt nu definitief vast op 6 oktober 2012 (tenzij in geval van heirkracht). Af en toe volgen er op dit blog wat wetenswaardigheden...
Na het doornemen van heel wat literatuur ben ik eindelijk op stap gegaan . Ik ontdekte dat Aalst niet alleen een grote werf is op dit moment, maar ook heel wat fraais te bieden heeft...
Na een stevige
wandeling in de ajuinenstad Aalst ben ik toch wel bekoord geraakt door het rijke patrimonium van deze nu vooral
door carnaval bekende stad. Het was, wat mij betreft, zeker dit “uitje” waard.
Van oudsher was
Aalst een textielstad (denk maar even aan priester Daens…). Maar nu drijft de
economie voornamelijk op de handel van snijbloemen en (chemische) industrie.
Ook de hopteelt en de (voor België) onvermijdelijke bierbrouwerijen mogen we
niet vergeten.
Maar omdat dit
alles te weinig arbeidsplaatsen oplevert voor Aalst en omgeving, werkt ongeveer
de helft van de beroepsbevolking elders. Aalst is dan ook een echte
“forensenstad”. Vooral Brussel en ook (in mindere mate) Gent zijn
aantrekkingspolen voor werk. De pendelaars spijzigen dus in grote mate de kas
van de NMBS…
Wordt vervolgd.
LeoPol
woensdag 10 augustus 2011
Zoektocht Leuven: reglement
Reglement bij de zoektocht “LEUVEN”.
Deze wandelzoektocht wil aan de hand van een beschrijvende tekst en een reeks vragen de deelnemers nader kennis laten maken met een stukje authentiek Leuven.
In de routebeschrijving zitten geen vallen, zodat iedereen de weg van begin- tot eindpunt makkelijk moet kunnen vinden. Bij onvoorziene wegonderbrekingen of andere omstandigheden doen we beroep op je gezond verstand. De inrichters zijn niet verantwoordelijk voor gebeurlijke ongevallen.
Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters: Zon = zoN = ZON.
Het lettertype is onbelangrijk: woord = WooRd = woord = WOORD.
Een tekst of woord tussen aanhalingstekens ( “ ….. ” ) in de vragen moet je kunnen lezen zoals het tussen de aanhalingstekens staat.
Zonder aanhalingstekens moet je van het betreffende woord een afbeelding (of een deel ervan) kunnen zien. (Een paardenkop staat dus ook voor een paard.)
Op alle vragen kan je het antwoord ter plaatse aflezen of, mits wat speurwerk, afleiden. Als een antwoord ter plaatse kan afgelezen worden, wordt dit als enig correct antwoord beschouwd (ook al is dit in tegenspraak met wat in de literatuur kan gevonden worden!).
Waar het antwoord ter plaatse af te lezen is, vragen we wel een ‘correcte’ schrijfwijze (zoals het ter plekke te lezen staat). Dus: thym ≠ thijm !
Jaartallen kunnen in alle vormen voorkomen: Romeinse cijfers (I, V, …), Arabische cijfers (1914…), afgekorte vormen (14 i.p.v. 1914…), enz…
Denk ook aan de schiftingsvraag op het einde van de wandeltekst. Deze vraag wordt enkel in rekening gebracht bij gelijkheid van punten op de 25 antwoorden van de zoektocht.
Indien er dan nog geen uitsluitsel is, zullen extra schiftingsvragen beslissen.
Maar deelnemen is belangrijker dan winnen…
LeoPol
woensdag 3 augustus 2011
Leuven: historiek
Beste zoektochters,
Hierbij een geschiedkundig overzicht van Leuven doorheen de eeuwen, dit als voorbereiding op onze volgende zoektocht (d.d. 17 september 2011).
Hierbij een geschiedkundig overzicht van Leuven doorheen de eeuwen, dit als voorbereiding op onze volgende zoektocht (d.d. 17 september 2011).
LEUVEN : geschiedkundig profiel
In de streek rond Leuven heeft men heel wat vondsten gedaan uit het Neolithicum.
In de preromeinse tijd behoorden deze contreien tot het verre grensgebied van de Nerviërs (in het Zuiden en het Westen) en de Eburonen (in het Oosten, langs de beide Maasoevers). De Dijle vormde een natuurlijke grens tussen de grondgebieden van beide Gallische volkeren. De Nerviërs werden onder Boduognat in 57 v. C. door de Romeinse veldheer Caesar aan de Samber verslagen. In 'De Bello Gallico' lezen we: "Caesar wilde goed laten zien dat hij stakkers en smekelingen met mededogen behandelde, en nam zorgvuldig maatregelen om hen te redden: ze kregen toestemming te blijven wonen op hun grondgebied en in hun steden". Ambiorix, koning van de Eburonen, bewerkte in 54 v. C. een opstand van de 'Belgae' tegen de Romeinse troepen. Hij wist ze uit hun legerplaats te lokken en te vernietigen, maar moest het beleg opbreken bij de nadering van Caesar. Ambiorix werd verslagen, maar bleef tot 51 v. C., met medewerking van zijn volk, een hardnekkige guerrilla voeren, waarbij hij voor Caesar ongrijpbaar bleef. Als represaille verwoestte Caesar het land van de Eburonen en roeide de gehele volksstam uit (53 - 51 v. C.).
In de Romeinse kolonisatieperiode (de eerste drie eeuwen na onze tijdrekening) was onze streek aangesloten op het Romeins verkeersnet (de heirbaan Tongeren - Asse). Aan de Romeinse overheersing dankten we toen een hoogstaand maatschappelijk en sociaal leven. Dit werd op het einde van de 3de eeuw abrupt afgebroken door de invallen van de Franken. Daardoor ging bijna de hele Romeinse beschaving verloren. In de vroege middeleeuwse periode speelden zich hier waarschijnlijk geen betekenisvolle gebeurtenissen meer af.
De Middeleeuwse periode van 800 tot 1600 is wel belangrijk voor de geschiedenis van Leuven.
Van de 9de tot de 12de eeuw evolueert het "graafschap Leuven" tot het "hertogdom Brabant". Het begint omstreeks 800 met de christianisatie van de autochtone, heidense bevolking. Heel wat kleine, houten kapelletjes worden opgericht in de kern van vaste nederzettingen. Het graafschap Leuven kwam toen geografisch vrij goed overeen met wat wij kennen als "het Hageland". De oudste burcht van de graven zou gestaan hebben op het eiland tussen twee Dijle-armen, waar zich nu het " Groot Begijnhof " bevindt. De vroegere benaming van deze plaats ("Aborg", een vervorming van Oudeburg) zet deze hypothese kracht bij. Het oudste geschreven document dat de naam van de stad vermeldt, dateert van 884. De oude burcht van LUVANIUM werd toen ingepalmd door de Noormannen, die via de Dijle diep in het binnenland infiltreerden voor hun plunderingstochten. In 891 werden ze echter door de Duitse koning Arnulf van Carinthië definitief verslagen nabij ditzelfde LOVON.
In de 11de eeuw voerde graaf Lambrecht I met de Baard een belangrijke expansiepolitiek naar het zuiden. Zo kon hij de aartsrivalen uit het prinsbisdom Luik op veilige afstand houden. Door huwelijk en erfenis kwam hij tevens in het bezit van het graafschap Brussel en het kerkelijk gebied Nijvel. Het graafschap Leuven kwam zo nagenoeg overeen met de provincie Brabant. De residentie van de graven werd overgebracht naar 's Hertogeneiland, een ander eiland in de Dijlevallei (op de plaats van de huidige 'O-L-Vrouw-ter-Predikherenkerk'). Omstreeks 1100 werd in Maas-Romaanse stijl aan de bouw van de Sint-Pieterskerk begonnen. De crypte ervan is nog steeds intact. De eerste steenlegging van de latere stad was meteen een feit.
In de 12de eeuw werd onder Godfried met de Baard het markgraafschap Antwerpen aan het graafschap Leuven toegevoegd, waardoor de oppervlakte van het grondgebied verdrievoudigde. Leuven bleef de hoofdplaats van het (sinds 1188) "hertogdom Brabant", ondanks de concurrentie van Brussel, Antwerpen en 's Hertogenbosch. De stad Leuven begon zich stilaan te ontwikkelen. De bouw van een eerste stenen omwalling is hier nog een stille getuige van.
De 13de en het begin van de 14de eeuw was in alle opzichten een gouden periode voor Leuven. Een logisch gevolg hiervan was het stijgend aantal inwoners. De Dijle vormde een belangrijke factor in de stedelijke ontwikkeling van Leuven. Vanuit de handelshaven (op de huidige Vismarkt) had men via de Rupel, de Schelde en de Noordzee een rechtstreekse verbinding met Engeland, Frankrijk, Spanje en Italië. Vooral de handelsbetrekkingen met Engeland verliepen opperbest. Wol van prima kwaliteit werd ingevoerd, laken, dichte zware stof, als afgewerkt product geëxporteerd. De lakenhalle is hier een weerspiegeling van. Aan die verstandhouding kwam omstreeks 1340 een einde, toen de Britten hun eigen lakenproductie begonnen te organiseren.
De sterke bevolkingstoename en de christelijke grondtoon van de toenmalige samenleving mondden uit in de bouw van nieuwe kerkgebouwen en twee begijnhoven. Heel wat kloosterorden kwamen zich nu te Leuven vestigen. Enkele stenen patriciërshuizen droegen ook bij tot de uitstraling van Leuven. De hertogen hadden intussen (in 1233) hun verblijfplaats op 's Hertogeneiland verlaten en trokken naar de veiligere en hoger gelegen 'Keizersberg'. Maar, door de economische bloei van Leuven ijverde het plaatselijke bestuur voor meer zelfstandigheid. Dit leidde tot strubbelingen met het centrale gezag, met als gevolg het vertrek van de hertogen en hun residentie naar Brussel (in 1267). Toch bleef Leuven nog bijna een eeuw de belangrijkste stad van Brabant. Maar het wegvallen van de lakenhandel, lagere lonen, werkloosheid, spanningen tussen gilden en ambachtslui, … lieten hun sporen na. Onlusten tijdens het laatste kwart van de 14de eeuw leidden tot verbanning van een massa wevers en ambachtslui en brachten Leuven mee aan de rand van de ondergang.
In de 15de eeuw kende de stad enige heropbloei. De stichting van de Katholieke Universiteit in 1425 was hier niet vreemd aan. De lakenhalle werd omgetoverd tot universiteitshallen. Het kloosterleven in Leuven kreeg een nieuwe impuls. Een korte opflakkering van de lakenhandel bracht ook op andere terreinen werkgelegenheid mee (leder, tapijt, bont, linnen, …). Op architecturaal vlak kregen we de "Brabantse hooggotiek". Maar schone liedjes duren meestal niet lang. Het einde van de 15de eeuw en de hele 16de eeuw beleefde Leuven een echt dieptepunt in zijn geschiedenis. In die periode kregen we ook nog de opstand van de Nederlanden tegen Spanje, samen met het opkomend protestantisme. Gelukkig bleef Leuven gespaard van de vernielingen van de beeldenstorm. Ook wist in dit rumoerig klimaat de universiteit stand te houden. Het inwonersaantal was intussen wel gedaald tot minder dan de helft van de 20.000 inwoners in de gouden periode.
In de 17de en 18de eeuw (onder Oostenrijks bewind) voltrok zich een langzaam herstel. Absolute prioriteit ging toen naar de landbouw, en later naar handel en economie. Brede, rechtlijnige steenwegen en een nieuwe vaart zorgden voor een grootschaliger en sneller transport. De barok drukte haar stempel op de burgerlijke architectuur, maar evolueerde later in onze meer rationeel denkende maatschappij naar functionaliteit en soberheid. Het neoclassicisme maakte komaf met de overdreven versieringen van de barok.
De al te liberale hervormingen van de Oostenrijkers mondden op het einde van de 18de eeuw uit in de "Brabantse omwenteling". De Franse Revolutie stelde een definitief einde aan de Oostenrijkse aanwezigheid. In de eerste jaren van de Franse bezetting kregen vooral de katholieke instellingen het hard te verduren. Dit leidde o.m. tot afbouw van de Katholieke Universiteit en oprichting van een staatsuniversiteit in haar gebouwen.
De industriële revolutie in de 19de eeuw bracht een accentverschuiving mee naar een maatschappij met massaproductie en pendelarbeid. De tweede stadsomwalling werd omgetoverd tot een verkeersring. Leuven werd aangesloten op het Belgisch spoorwegnet. De Vaart werd aangepast, zodat grotere schepen de haven konden bereiken. De brede en rechtlijnige Bondgenotenlaan (in contrast met de andere - middeleeuwse - kronkelende invalswegen) werd aangelegd. Een gevolg van dit alles was een enorme bevolkingstoename. De Universiteit nam in het 'onafhankelijke België' een nieuwe start. Kloosters kenden een wederopbloei (o.a. de benedictijnen op de Keizersberg). De neogotiek kende te Leuven een sterke uitstraling, zo sterk dat de "Art Nouveau" hier nauwelijks een kans gekregen heeft.
De twee wereldoorlogen waren dan weer een zware beproeving voor de Leuvenaars en hun gebouwenpatrimonium. Maar ook deze wonden werden, op enkele littekens na, langzaam maar zeker geheeld.
************************
(bron: GEOGIDS Leuven)
(bron: GEOGIDS Leuven)
LEUVEN: Openluchtmuseum van architectuur.
Romaans: crypte (11de eeuw) van de Sint-Pieterskerk
Ringmuur 12de eeuw
Gotiek: stadhuis
gelijkvloerse verdieping van de hallen
Sint-Pieterskerk
Sint-Kwintenskerk
huizen “Limburg” en “van ’t Sestich”
Renaissance: Van Dalecollege
Barok: dekenij
Luiks college
Sint-Michielskerk
Rococo + Louis-stijlen + Classicisme: colleges: - St.-Anna
- Heilige Geest
- Konings
- Premonstreit
- Atrecht
- Hoge Heuvel
- Paus
Neo-gotiek: Amerikaans college
Neo-Vlaamse Renaissance: gevels « Oude Markt »
Moderne stijlen: H. Hartkliniek - OCMW-gebouwen
Rechtstreeks van Leuven afgeleid = naam van dorp “Lovenjoel”
Rond 980: als ‘Lovinion’ geschreven
In 1114: ‘Lovinium’
In 1183: ‘Lovengiul’
Betekenis van deze naam: “Klein-Leuven”
Veel leesgenot!
LeoPol.
---
Abonneren op:
Posts (Atom)